Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en, gelijk de H. Schrift het zoo teekenend uitdrukt, vgl. Jer. I 9, zijne woorden hem in den mond leggen.

Vragen wij nu naar de verschillende wijzen, waarop God zijne openbaring aan den profeet mededeelde, dan vinden wij het antwoord bij den H. Thomas 2. 2. q 173 a. 2 (vgl. qq. dispp. de Verit. q. 12 a. 7). De profetische openbaring geschiedt op twee wijzen. Ten eerste: God bestraalt alleenlijk het verstand van den profeet met een bovennatuurlijk licht. Ten tweede: God geeft den profeet nieuwe, hetzij zinnelijke, hetzij bovenzinnelijke kenbeelden (species of formas sensibiles, imaginarias, intelligibiles), waarbij Hij tevens zijn verstand bestraalt, opdat hij begrijpe wat daardoor beteekend wordt. Waar dit bovennatuurlijk licht des verstands ontbreekt, is geen eigenlijke profetische openbaring aanwezig, weshalve Pharao (Gen. XLI), Nabuchodonosor (Dan. II) geen profeten heeten, hoewel zij eene goddelijke openbaring ontvingen.

Geschiedt de profetische openbaring op de eerste wijze, dan oordeelt de profeet krachtens dat bovennatuurlijk licht: 1° wat God wil beteekenen door hetgeen anderen aanschouwden; zoo verklaarde Joseph den droom van Pharao; 2° wat op natuurlijke wijze te zijner kennis is gebracht; zoo begrepen en verklaarden de profeten de hoogere beteekenis der rampen, die God op zijn volk deed neerkomen, der natuurlijke gebeurtenissen betreffende Israël of de heidensche volkeren; 3° wat volgens Gods wil moest verricht worden; zoo geleidde de Geest Gods Moses bij den tocht door de woestijn en verlichtte hem in alles wat het bestuur van Gods volk betrof (vgl. laai. LXTH 11—14).

Geschiedt Gods openbaring op de tweede wijze, dan is de profetische gave in hare volheid aanwezig. De bovengenoemde kenbeelden kunnen dan op drie manieren worden medegedeeld. 1° Door uitwendige openbaring, waarbij de profeet door middel der uiterlijke zinnen, door het gezicht, het gehoor enz. kennis neemt van hetgeen God openbaart (species sensibiles); zoo zag Moses met zijne oogen den brandenden braamstruik (Exod. IU), Daniël op den muur het wonderbare schrift (Dan. V 25 volg.); op deze wijze sprak God of zijn engel soms op hoorbare wijze in menschelijke taal, b. v. Gabriël tot den profeet Daniël (VIII 15 volg.). 2° Door middel van voorstellingen der verbeelding, welke God den profeet soms in slapenden, meestal in wakenden toestand öf rechtstreeks zonder bemiddeling der uitwendige zinnen ingeeft, öf uit reeds door de uiterlijke zinnen verkregen kenbeelden verbindt (species imaginarias); zoo zag Isaias (VI) inwendig Gods majesteit zetelen op een troon en door Serafijnen omgeven, Ezechiël (I 3 volg.) den Heer tronen op Cherubijnen; zoo zag Amos den Heer staan op een vertinden muur (Am. VU 7 volg.), Zacharias vier hoornen door vier smeden afgehouwen (Zach. I 18, 21). 3° Door verstandelijke kenbeelden (species intelligibiles), welke God onmiddellijk in het verstand van den profeet indrukt; zoo openbaarde God aan de profeten de waarheden van het heilig geloof, de geheimen betreffende het Rijk van den Messias. — De profetische openbaring, op welke wijze ook geschonken, heet bij de profeten meermalen «het gezicht» of «het woord, dat zij gezien hebben»; gezicht toch beteekent in dezen zin niet slechts zinnelijke kennis, maar ook rechtstreeksche, verstandelijke kennis.

Sluiten