Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Super quo percutiam vos ultra, addentes praevaricationem? omne caput languidum et omne cor mcerens.

6. A planta pedis usque ad verticem non est in eo sanitas: vulnus, et livor, et plaga tumens, non est circumligata, nee curata medicamine, neque fota oleo.

7. Terra vestra deserta, civitates vestrae succensae igni: regionem vestram coram vobis alieni devorant, et desolabitur sicut in vastitate hostili.

8. Et derelinquetur filia Sion ut umbraculum in vinea, et sicut tugurium in cucunierario, et sicut civitas, quae vastatur.

9. Nisi Dominus exercituum reliquisset nobis semen, quasi'Sodoma fuissemus, et quasi Gomorrha similes essemus. Rom. IX 29; Gen. XIX 24.

10. Audite verbum Domini principes Sodomorum, percipite auribus legem Dei nostri populus Gomorrhae.

11. Quo mihi multitudinem victi-

volk is het door roeping heilige Israël geworden, het heilige nakroost der heilige aartsvaders werd het verdorven zaad van boosdoeners. Den Heilige van Israël noemt Isaias bij voorkeur Jehova, dewijl hij in het visioen zijner roeping (VI 3) oen Heer door de hemelingen driewerf heilig hoorde prijzen en zijne profetie inzonderheid strekt om de heiligheid op aarde in en door zijn volk te herstellen.

6) Het schuldige en reeds zwaar door God getuchtigde Israël is nier voorgesteld als een met wonden overdekt persoon, die nog voortdurend nieuwe slagen verdient. De beeldspraak wordt door Isaias,. volgens zijne gewoonte, in het volgende verklaard. — In de H. Liturgie zijn deze woorden toegepast op het door geeselslagen doorwonde lichaam van den lijdenden Verlosser.

5. Waarop zal Ik u nog verdor slaan, u die overtreding op over-

f treding laadt ? Geheel het hoofd is krank en geheel het hart is ziek.

6. Van voetzool tot schedel is aan hem geen gezondheid: wond en striem en gezwollen buil; zij is niet verbonden noch met geneesmiddel geheeld noch met olie gelénigd6).

7. Uw land is verwoest, uwe steden zijn verbrand met vuur; uw akkerland verslinden vreemdelingen onder uwe oogen, en het wordt geteisterd gelijk bij vijandelijke verwoesting.

8. En de dochter Sion blijft over als een hutje in den wijngaard en als een nachtverblijf in het komkommerveld en als eene stad, die vernield wordt7).

9. Hadde niet de Heer der heerscharen ons een zaad8) overgelaten, als Sodoma waren wij geworden en als aan Gomorrha zouden wij gelijk zijn.

10. Hoort het woord des Heeren, vorsten van Sodoma, neemt ter oore de wet van onzen God, volk van Gomorrha9).

11. Waartoe dient Mij de menigte

') Hebr.: «als een belegerde stad», wel is waar niet ingenomen, maar te midden van het verwoeste land berooid en verlaten. Hiqrop ziet de vergelijking met het verlaten hutje, dat in den laten herfst in den eenzamen wijnberg of op het afgeoogste komkommerveld achterblijft. Jerusalem, om zijn voornaamsten heuvel Sion genaamd, heet, naar Oostersche spreekwijze, dochter des lands.

8) Hebr.: «een gering overblijfsel», waaruit volgens Gods beloften de Messias en zijn Rijk zouden voortkomen. Heer der heerscharen, zie Osee XII5.

9) Tweede strophe, waarin de schuld des volks weder op den voorgrond staat. Onverschrokken noemt de profeet Juda's vorsten of leidslieden en het gansche volk bedorven als Sodoma en Gomorrha, die om hunne bedorven* heid spreekwoordelijk waren.

Sluiten