Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE BOEK.

CAPUT II.

Sion, het geestelijk middelpunt aller ■ hoovaardij

1. Verbum, quod vidit Isaias, filius Amos, super Juda et Jerusalem.

2. Et erit in novissimis diebus prseparatus mons domus Dómini in vertice montium, et elevabitur super colles, et fluent ad eum omnes gentes. Mich. IV 1.

3. Et ibunt populi multi, et die ent: Venite et ascendamus ad montem Domini, et ad domum Dei Jacob, et docebit nos vias suas, et ambulabimus in semitis ejus: quia de Sion exibit lex, et verbum Domini de Jerusalem.

4 Et judicabit gentes, et arguet populos muitos: et conflabunt gladios suos in vomeres, et lanceas suas in falces: non levabit gens contra gentem gladium, nee exercebuntur ultra ad prcelium.

5. Domus Jacob venite, et ambulemus in lumine Domini.

-) Dit opschrift (zie I 1) betreft alleen de hier volgende eerste reeks profetieën (II—V), welke zeer waarschijnlijk zijn uitgesproken gedurende de regeering van Joatham. Onder dien vorst genoot Juda welvaart, ten gevolge van den langdurigen vrede, en vergat het, zooals gewoonlijk, God in allerlei uitspattingen en misdrijven. De reeks begint (II 2—5) en eindigt (IV 2—6) met het verheerlijkte Sion. Tusschen deze twee lichtpunten plaatst de profeet den donkeren achtergrond van zedelijke en godsdienstige verdorven-

IIOOFDSTUK II.

volken (v. 1—5). Het gericht over de (v. 6—22).

1. Het woord, dat Isaias, de zoon van Amos, gezien heeft aangaande Juda en Jerusalem1).

2. En in de laatste dagen zal de berg van het huis des Heeren gevestigd zijn op de kruin der bergen, en hij zal zich verheffen boven de heuvelen; en alle natiën zullen tot hem stroomen.

3. En vele volkeren zullen komen en zeggen: Komt en laat ons opgaan naar den berg des Heeren en naar het huis van Jacob's God; en Hij zal ons onderwijzen in zijne wegen, en wij zullen wandelen op zijne paden; want van Sion zal uitgaan de wet en des Heeren woord van Jerusalem.

4. En Hij zal de natiën richten en recht spreken over vele volken; en zij zullen hunne zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hunne lansen tot sikkels; niet meer zal volk tegen volk het zwaard verheffen, en niet langer zullen zij zich oefenen ten krijg2). 5 H uis van Jacob, komt en wan-

I delen wij in het licht des Heeren3).

heid. welke om wraak ten hemel riep. Dit tafereel wordt ten slotte (V) samengevat in het lied van den wijngaard.

*) Zie de aanteekeningen op Mich. IV 1—3_, waar deze profetie van Sion's verheerlijking bijna woordelijk gevonden wordt. Waarschijnlijk heeft Isaias ze ontleend aan zijnen tijdgenoot Micheas, bij wien zij nauwer in het redeverband sluit.

*) Welaan, mijn volk, dat tot een zoo heerlijke toekomst zijt voorbestemd, laat ons door getrouwheid aan de wet en aan de openbaring (het licht) des

Sluiten