Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13. Et super omnes cedros Libani sublimes, et erectas, et super omnes quercus Basan.

14. Et super omnes montes excelsos, et super omnes col les elevatos.

15. Et super omnem turrim excelsam, et super omnem murum munitum,

16. Et super omnes naves Tharsis, et Super omne, quod visu pulchrum est.

17. Et incurvabitur sublimitas hominum, et humiiiabitur altitudo virorum, et elevabitur Dominus solus in die illa :

18. Et idola penitus conterentur.

19. Et introibunt in speluncas petrarum, et in voragines terrae a facie formidinis Domini, et a gloria majestatis ejus, cum surrexerit percutere terram.

20. In die illa projiciet homo idola argenti sui, et simul acra auri sui, qua) fecerat sibi ut adoraret, talpas et vespertiliones.

21. Et ingredietur scissuras petrarum, et in cavernas saxorum a facie formidinis Domini, et a gloria majestatis ejus, cum surrexerit percutere terram.

22. Quiescite ergo ab homine, cujus spiritus in naribus ejus est, quia excelsus reputatus est ipse.

13. en over alle cederen van den Libanon, de verhevene en rijzige, en over alle eiken van Basan

14. en over alle hooge bergen en over alle verheven heuvelen

15. en over allen hoogen toren en over allen versterkten muur

16. en over alle Tharsis-schepen10) en over alles wat er schoons te zien is.

17. En neergebogen zal worden de trots der menschen en vernederd de hoogmoed der mannen, en verheven de Heer alleen te dien dage.

18. En de afgoden zullen geheel en al vermorzeld worden!

19. En men zal ingaan in rotsspelonken en in aardholen voor het aanschijn van de verschrikking des Heeren en voor de heerlijkheid zijner majesteit, wanneer Hij zal opstaan om de aarde te slaan.

20. Te dien dage zal de mensch de afgoden van zijn zilver wegwerpen en de beelden van zijn goud, welke hij zich gemaakt had om te aanbidden: mollen en vledermuizen11).

21 En hij zal binnentreden in de rotsspleten en in de steengroeven voor het aanschijn van de verschrikking des Heeren en voor dé heerlijkheid zijner majesteit, wanneer Hij zal opstaan om de aarde te slaan

22. Laat af dan van den mensch, wiens adem in zijne neusgaten is, want verheven wordt hij geacht")!

10) Groote zeeschepen, zooals die, welke naar Tartessus in Spanje voeren. Zie Jon. I 3; Ps. XLVII noot 8. u ") Op den wraakdag zullen zij de ijdelheid hunner afgoden inzien en ze van spijt en schaamte wegwerpen. Die afgoden noemt de profeet spottend mollen enz.; wellicht geleken sommige afgoden daarop of aanbad men in Juda deze of dergelijke dieren in navolging van Egypte en Phenicië. Vgl. Ezech.

vin ïo.

") Laat af uw vertrouwen te stellen op den nietigen mensch, wiens leven afhangt van een vluchtigen adem, dien God elk oogenblik kan afsnijden. Want verheven enz. is spottend gezegd; beter wellicht vragenderwijze: Is hij waardig zoo hoog te worden geacht? Dit ven. dat in de Septuagint ontbreekt, werd door den H. Hiëronymus en anderen van den Messias verstaan: Laat af Hem te kwellen en te dooden, want al is Hij mensch, Hij is ook de verhe-

Sluiten