Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Habitabit lupus cum agno: et pardus cum hoedo accubabit: vitulus et leo, et ovis simul morabuntur, et puer parvulus minabit eos. Infra LXV 25.

7. Vitulus, et ursus pascentur: simul requiescent catuli eorum: et leo quasi bos comedet paleas.

8. Et delectabitur infans ab ubere super foramine aspiclis: et in caverna reguli, qui ablactatus fuerit, manum suam mittet.

9. Non nocebunt, et non occident in universo monte sancto meo: quia repleta est terra scientia Domini, sicut aquae maris operientes.

10. In die illa radix Jesse, qui stat in signum populorum, ipsum gentes deprecabuntur, et erit sepul- j crum ejus gloriosum. Rom. XV12. i

11. Et erit in die illa: Adjiciet j Dominus secundo manum suam ad possidendum residuum populi sui, '

en trouw (vgl. Ps. XXXV 6, 7), zijn | Hem eigen als een gordel of bindriem, zoo ten sieraad als ter sterkte.

') Eene dichterlijke schildering (v. 6—9) van den vrede in het Rijk van den Messias, waardoor de vloek, die de bezielde en onbezielde schepselen der aarde om de zonde des menschen getroffen heeft, zal worden opgeheven. Zoolang de strijd tegen de zonde voort- | duurt, en «de goddelooze niet gedood ' is met den adem zijner lippen» v. 4, j is de volle en algeheele verwezenlijking | van dien paradijs-vrede niet aanwezig; eerst moet de Messias over al zijne vijanden zegevieren. Op geheel mijn heiligen berg, dv i. in de gansche uitgestrektheid van mijn Rijk, dat door Sion wordt afgebeeld. De oorzaak en de bron van dien vrede (want) is de kennis des Heeren, d. i. het werkend geloof, dat zich eenmaal over de geheele aarde zal uitbreiden, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. — Ver» keerd is het met de oude en de nieuwe Chiliasten deze dichterlijke schildering j in eigenlijken zin te verstaan. Als beeldspraak kan zij toegepast worden |

i 6. De wolf zal wonen bij het lam, en de pardel zich legeren bij het bokje, var en leeuw en schaap zullen samen wonen, en een kleine

| knaap zal ze drijven.

| 7. Var en beer zullen weiden, te gader zullen hunne jongen legeren, en de leeuw zal als het rund stroo eten.

8. En de zuigeling zal spelen aan het hol der adder, en in de spelonk der koningsslang zal het gespeende kind zijne hand steken.

9. Geen leed zal geschieden en geen manslag gepleegd worden op geheel mijn heiligen berg; want de aarde is vervuld van de kennis des Heeren, gelqk de wateren den zeebodem bedekken7).

10. Te dien dage is het de wortel van Jesse, die staat als de banier der volkeren; tot Hem zullen de heidenen bidden, en zijn graf zal heerlijk zijn8).

11'. ..En het zal zijn te dien dage: De Heer zal ten tweeden male zijne hand uitstrekken om het overbhjf-

op menschen en volkeren, die door het christelijk geloof hunne wreedheid en ruwheid afleggen en als van Wilde dieren in lammeren herschapen worden.

8) Te dien dage, wanneer de aarde zal vervuld worden van de kennis des Heeren, zal de wortel van Jesse, d. i. de daaruit opgeschoten tak (v. 1), de Messias, verheerlijkt worden, daar Hij, gelijk de banier de legerscharen, alle volken om zich zal vereenigen. Terwijl de bekeerde heidenen hier op aarde tot Hem als tot hunnen koning en God bidden, zal «zijne rustplaats» (Hebr.) in den hemel, waar Hij na volbrachten arbeid gezeten is aan de rechterhand zijns Vaders, heerlijk zijn. De H. Hiëronymus verstond dit van het verheerlijkte graf van den Zaligmaker (vgl. LUI 9), hoewel hij Deüt. XII 9; III Reg. VIII56; I Par. XXVIII 2; Ps. CXXXI 8; Isai. LXVI 1 hetzelfde Hebr. woord door rustplaats of verblijf vertaalde. Inderdaad zijn deze woorden van toepassing op het graf van Christus, dat, in en door zijne verheerlijking heerlijk geworden, immer het voorwerp van vereering blijft.

Sluiten