Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15. Et desolabit Dominus linguam maris iEgypti, et levabit manum suam super flumen in fortitudine spiritus sui: et percutiet eum in septem rivis, ita ut transeant per eum calceati.

16. Et erit via residuo populo meo, qui relinquetur ab Assyriis: sicut fuit Israëli in die llla, qua ascendit de terra .rEgypti.

15. En uitdrogen zal de Heer de zeetong van Egypte en zijne hand verheffen over den stroom door de kracht van zijn adem, en Hij zal hem slaan tot zeven beken, zoodat zij daar geschoeid zullen doorgaan.

16. En er zal een weg zijn voor mijn overgebleven volk, dat overig zal zijn van de Assyriërs, gelijk er een was voor Israël te dien dage, toen het optoog uit het land Egypte18).

CAPUT XII.

HOOFDSTUK XII.

Lof- en danklied der verlosten.

1. Et dices in die illa: Confitebor tibi Domine, quoniam iratus es mihi: conversus est furor tuus^ et consolatus es me.

2. Ecce Deus salvator meus, fiducialiter agam, et non timebo: quia fortStudo mea, et laus mea Dominus, et factus est mihi in salutem Exod. XV 2; Ps. CXVII14.

3. Haurietis aquas in gaudio de fontibus salvatoris:

het volk des Heeren uitgesloten Ammonieten zullen aan hetzelve onderdanio zijn. In geestelijken zin begon de vervulling dezer profetie bij de prediking der Apostelen, die de heidenen tot onderdanen maakte van het geestelijke Israël. Vooral, aan het einde der dagen zal de oekeenng van het vleeschelijke Israël tot herleving, tot verheerlijking en uitbreiding strekken van het Rijk Gods. Zie Rom. XI 12, 15. A*\Jïf teetong van Egypte is de in ae Koode Zee uitstroomende golf, die Egypte scheidt van het Sinaïtische schiereiland. De stroom is de Euphraat die zal uitdrogen door de kracht van zijnen adem, waardoor de brandende zuidoostenwind bedoeld is. M. a w

XLw d,oor de kracht ziJ'ner genade' aue beletselen overwinnen, welke Israël's intrede m de Kerk van Christus in den weg staan, en even wonderdadig zal deze geestelijke verlossing zijn, als de

1. En gij zult zeggen te dien dage1): Ik zal U lofzingen, o Heer, want Gij waart vertoornd tegen mij; af« gewend heeft zich uw toorn, en Gij hebt mij getroost.

2. Zie, God is mijn zaligmaker; ik zal vrijmoedig handelen en niet vreezen; want mijne sterkte en mijn lof2) is de Heer, en Hij is mij tot heil geworden.

3. Gijlieden zult met blijdschap wateren scheppen uit de bronnen des zaligmakers8);

bevrijding uit Egypte. Vgl. Zach. X

') _ len dage der verlossing. Gelijk Israël na de bevrijding uit Egypte een danklied zong (Exod. XV), zoo zingt Isaias aan het slot van het Emmanuelboek een danklied voor de geestelijke verlossing van zijn volk door den Messias. In twee strophen (v. 1—3; 4 6)

spreken beurtelings de verlosten (v. 1~„2; 4—5) en de dichter (v. 3 en v. 6).

') Vgl. Ps. XI 6; Exod. XV noot 3.

) Vooral in het Oosten zijn de koele wateren uit de bronnen het welsprekende beeld van verkwikking, vruchtbaarheid en allen zegen. De hoofdbron, waaruit ons als in een overvloed van vele wateren het heil (Hebr.: «uit de bronnen des heils») toevloeit, is het doorstoken Hart des Zaligmakers. Het beeld herinnert aan den jubel, waar-

Sluiten