Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cessavit exactor, quievit tributum?

5. Contrivit Dominus baculum impiorum, virgam dominantium,

6 Caedentem populos in indignatione, plaga insanabili, subjicientem in furore gentes, persequentem crudeliter.

7. Conquievit et siluit omnis terra, ga visa est et exsultavit:

8. Abietes quoque laetatae sunt super te, et cedri Libani: ex quo dormisti, non ascendet qui sueeidat nos.

9. Infernus subter conturbatus est in occursum adventus tui, suscitavit tibi gigantes. Omnes principes terras surrexerunt de soliis suis, omnes principes nationum.

10. Universi respondebunt, et dicent tibi: Et tu vulneratus es sicut et nos, nostri similis effectus es.

11. Detracta est ad inferos superbis tua, concidit cadaver tuum: subter te sternetur tinea, et operimentum tuum erunt vermes.

12. Quomodo cecidisti de ccelo lucifer, qui mane oriebaris? corruisti in terram, qui vulnerabas gentes?

zeggen: Hoe hield de dwingeland op, nam de cijnsplicht een einde')?

5. Gebroken heeft de Heer den stok der goddeloozen, de roede der overheerschers,

6. die volken sloeg in grimmigheid met ongeneeslijke wonde, die volksstammen onderwierp in gramschap en hen gruwzaam vervolgde7).

7. Rustig en stil is geheel de aarde geworden, zij verheugt zich en jubelt8)!

8. Ook de denneboomen verblijden zich over u, en de ceders van den Libanon: Sinds gij zijt ingeslapen, klimt niemand op, die ons neervelt9) !

9. Het doodenrijk hierbeneden komt in opschudding bij de nadering uwer komst, het wekt om u de reuzen op. Alle vorsten der aarde staan op van hunne tronen, alle vorsten der volkeren10).

10. Zij allen heffen aan en zeggen tot u: Ook gij zijt gewond evenals wij, aan ons zijt gij gelijk geworden11) !

11. Neergehaald ter onderwereld is uw trots, ineengezakt uw lijk, onder u worden maden gespreid, en uwe dekking zijn de wormen!

12. Hoe zijt gij van den hemel gevallen, gij morgenster, die in den ochtend opgingt! Hoe zijt gij neergeploft ter aarde, gij die volken verwonddet12)!

van Babyion, dat alle God weerstrevende macht vertegenwoordigt, strekt tot vreugde voor het verloste Israël.

6) Een jubelkreet van verademing na langdurige, harde verdrukking.

') Met stok en roede had de Chaldeër, gelijk een harde meester zijne slaven, de volken in bedwang gehouden.

8) De gansche aarde, die na dien val vrij herademt, stemt in met den jubel der verlosten (v. 7—8).

8) Ook Habacuc (II 17) voorspelde, dat de Babyloniërs het geboomte van den Libanon zouden neervellen voor hunne trotsche bouwwerken. Door eene stoute persoonsverbeelding worden die boomen sprekend ingevoerd, jubelend

over den val van dien geweldenaar.

10) _ De reuzen, Hebr. «raphaïm», benaming van een meermalen vermeld reuzenvolk in Chanaan (Gen. XV 20; Deut. III 11; Jos. XII 9 enz.), hier echter de geesten van het doodenrijk. Zij, voormalige vorsten, staan op om spottend hulde te bewijzen aan Babel's gebieder. Vgl. Ezech. XXXI17; XXXII 18, volg.

11) Hij, die in Babel de koning der koningen heette, is gelijk geworden aan de vroegere vorsten der aarde, een schim onder de schimmen, machteloos als zij.

") De helder schijnende morgenster, «zoon des dageraads» (Hebr.), is eene

Sluiten