Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

manus extenta super universas gentes.

27. Dominus enim exercituum decrevit: et quis poterit infirmare? et manus ejus extenta: et quis avertet eam?

28. Di anno, quo mortuus est rex Achaz, factum est onus istud:

29. Ne laeteris Philisthaea omnis tu, quoniam comminuta est virga percussoris tui: de radice enim colubri egredietur regulus, et semen ejus absorbens volucrem.

30. Et pascentur primogeniti pauperum, et pauperes fiducialiter requiescent: et interire faciam in

•°) Want dit is het raadsbesluit des Heeren, dat elke macht over de gansche aarde, die zich tegen Hem verheft, ten ondergang gedoemd wordt. De algemeenheid der bewoordingen in dit slot der profetie over Babel geeft genoegzaam te kfennen, dat dit rijk bier optreedt als vertegenwoordiger van alle tegen God weerspannige macht.

?1) Deze last, d. i. deze onheilspellende godspraak tegen Philistea. Toen Juda onder Achaz door den SyrischEphraïmietischen oorlog (zie VII noot 2) was uitgeput, hadden de Philistijnen het hun door Ozias weder opgelegde juk (II Par. XXVI 6) afgeworpen en zelfs Juda/s gebied bezet (II Par. XXVIII18,19). In die omstandigheden richtte Isaias tegen hen in raadselachtige en zinnebeeldige taal deze duistere godspraak (v. 29—32).

") Gezamenlijk, d. i. al de vijf vorstendommen van Philistea. De roede, die u sloeg onder David, Ozias, is thans versplinterd, m. a. w. het huis van David is onmachtig uwe aanvallen af te weren en u te onderwerpen. Doch verblijd u hierover niet te spoedig, want het huis van David zal weder zijne vroegere kracht herwinnen: uit der slange wortel enz. Tweeërlei beeld is hier vereenigd, een uit het plantenrijk en één uit net dierenrijk. Het huis van David, die weleer krachtige boom, ligt thans afgeknot, maar uit zijn wortel zal een spruit opschieten (zie XI 1);

en dit is de hand, uitgestrekt over alle volkeren.

27. Want de Heer der heerscharer heeft het besloten, en wie zal het kunnen verijdelen? En zijne hand is uitgestrekt, en wie zal haar afwenden20) ?

28. ' In het jaar, waarin koning Achaz stierf, is deze last geworden21).

29. Verbind u niet, gij gezamenlijk Philistea, dewijl versplinterd is de roede van hem, die u sloeg; want uit der slange wortel zal de koningsslang voortkomen, en haar zead is een vogelverslinderM).

30. En weiden zullen de eerstgeborenen der armen, en de armen zullen zich in veiligheid legeren ; en dooden zal Dx door den honger

uit die slang, hetzelfde huis van David, zal de koningsslang voortkomen; bedoeld wordt waarschijnlijk de door Jehova geliefde en gesterkte koning Ezechias, die de Philistijnen verslaan zou (vgl. IV Eeg. XVIII 8). En haar zaad is een vogelverslinder, Hebr.: «een gevleugelde saraph», evenals Num. XXI 6 de naam van de vurige slang, hier nog gevaarlijker, daar zij gevleugeld gedacht wordt i m. a. W. een nog machtiger en tegen de vijanden van het Bijk Gods nog sterker koning zal uit het zaad der koningsslang voortkomen. Hiermede is volgens de Chaldeeuwsche paraphrase en niet weinige schriftverklaarders de Messias bedoeld, die uit den wortel van Jesse opspruiten en de aarde zal slaan met den staf van zijnen mond XI4. Volgens anderen wordt door de koningsslang en de saraph (haar, d. i. der slange, zaad) een en dezelfde persoon bedoeld; déze is volgens den H. Hiëronymus en anderen de koning Ezechias; volgens den H. CyriUus en sommige nieuweren de Assyrische koning, die in v. 31 als de vijand uit het noorden wordt aangeduid; door de versplinterde roede zou dan de dood van Teglathphalasar (in 727), Philistea's vijand, bedoeld zijn, door de koningsslang en de saraph koning Sargon, die m 720 en nogmaals in 711 (vgl. XX 1) de Philistijnen versloeg, of koning Sennacherib, die hen geheel ten onder bracht.

Sluiten