Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

angeli veloces ad gentem convulsam, et dilaceratam: ad populum terribilem, post quem non est alius: ad gentem exspectantem et conculcatam, cujus diripuerunt flumina terram ejus:

3. Omnes babitatores orbis, qui moramini in terra, cum elevatum fuerit signum in montibus, videbitis, ét clangorem tuba? audietis:

4. Quia haec dicit Dominus ad me: Quiescam, et considerabo in loco meo, sicut meridiana lux clara est, et sicut nubes roris in die messis.

5. Ante messem enim totus effloruit, et immatura perfectio germinabit, et praecidentur ramusculi ejus falcibus: et qua? dereücta fuerint, abscindentur, et excutientur.

Pathros blijvend gevestigd, terwijl in Beneden-Egypte inlandsche vorsten onderling omaen voorrang streden. Ook daar poogde Ethiopië in wedstrijd met Assyrië zijn gezag te vestigen; het wilde zelfs tot in Azie voortdringen, waar het met zijnen mededinger in botsing zou komen; vgl. XXXVII 9. — Dit wee over Ethiopië is niet dreigend, maar medelijdend met den benarden toestand des lands, dat in opschudding was om het zegevierend voortrukken der Assyriërs. Het land van gonzende vleugelen heet Ethiopië, waarschijnlijk om de zwermen insecten, welke daar, evenals in Egypte (zie VII 18), inheemsch zijn; wellicht is het tevens eene zinspeling op de vlugge en talrijke leger scharen van dat strijdlustige volk. Van Palestina uit ligt het aan gene zijde der stroomen, den Nijl, den Astaspus en den Astaboras.

*) Op hunne lichte booten varen zij den Nijl af, hier en elders (XIX 5; Nah. III 8) zee genaamd. Die gezanten waren waarschijnlijk van de Delta uit naar Jerusalem gekomen, om een verbond tegen Assur te sluiten; daar roept hun de profeet de volgende boodschap voor hun vaderland toe. Booten van papierriet, zie Exod. II noot 3. Het volk van Ethiopië heet ge-

wateren henen2)! Gaat, snelle boden, tot het geschokte en verscheurde volk, tot het vervaarlijke volk, achter hetwelk geen ander is, tot het verwachtende en vertreden volk, welks land stroomen doorsnijden3).

3. Gij, alle bewoners des aardrijks, die op aarde verwijlt, wanneer de banier zal geheschen worden op de bergen, zult gij toeschouwen, en het geschal der bazuin zult gij hooren*T!

4. Want dit zegt de Heer tot mij: Ik zal rusten en toezien uit mijne woonplaats, evenals het middaglicht helder is en evenals de wolk van dauw ten dage van den oogst5).

5. Vóór den oogst toch stond hij geheel in bloei, en een onrijpe vrucht gaat zich ontwikkelen; en afgesneden zullen zijne ranken worden met het snoeimes, en wat nog overblijft zal afgescheurd en uitgerukt worden6).

schokt door de tijding van de aankomst der Assyriërs, verscheurd, d. i. door oorlogslasten geteisterd; achter hetwelk, volgens de toenmalige kennis van Afrika's binnenlanden, geen ander volk is, want de volken ten zuiden van Egypte droegen den algemeenen naam van Ethiopiërs. Het was een verwachtend, d. i. een in bange verwachting verkeerend, en door oorlogslasten als vertreden volk. In den grondtekst worden zij beschreven als een volk hoog van gestalte, glad of glanzend van huidskleur, dat wijd en- zijd ontzag inboezemt en door wreede dwingelandij volken vertreedt. Maar al dat machtsvertoon is ijdel voor den almachtigen God, die zonder hen met één slag Assyrië zal verslaan.

*) Het hijschen der banier enz. is het teeken dat de groote strijd des Heeren gaat gestreden worden.

*) Ik zal rusten, d. i. in onverstoorbare kalmte en schijnbaar werkeloos, uit mijne woonplaats toezien naar de krijgsverrichtingen der Assyriërs en hunne plannen begunstigen, ten einde hen te bereiden tot den oogst mijner goddelijke wraak, gelijk de heldere middagzon en de vruchtbare dauw den oogst doen rijpen.

•) Door de koesterende stralen der

Sluiten