Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Et erunt irrigua ejus flaccentia: omnes qui faciebant lacunas ad capiendos pisces.

11. Stulti principes Taneos, sapientes consiliarii Pharaonis dederunt consilium insipiens: quomodo dicetis Pharaoni: Filius sapientium ego, filius regum antiquorum?

12. Ubi nunc sunt sapientes tui? annuntient tibi, et indicent quid cogitaverit Dominus exercituum super ^Egyptum.

13. Stulti facti sunt principes Taneos, emarcuerunt principes Mempheos, deceperunt .32gyptum, angulum populorum ejus.

14. Dominus miscuit in medio ejus spiritum vertiginis: et errare fecerunt JEgyptum in omni opere suo, sicut errat ebrius et vomens.

15. Et non erit ^Egypto opus, quod faciat caput et caudam incurvantem, et refrenantem.

10. En zijn bewaterd land zal verwelken; allen, die poelen maken om visschen te vangen9).

11. Dwazen zijn de vorsten van Tanis, de wijze raadgevers van Pharao hebben onwijzen raad gegeven. Hoe zult gij zeggen tot Pharao : Een zoon der wijzen ben ik, een zoon der aloude koningen10)!

12. Waar zijn nu uwe wijzen? Laat hen nu verkondigen en aantoonen, wat de Heer der heerscharen bedacht heeft over Egypte!

13. Dwazen zijn de vorsten van Tanis geworden, uitgeput zijn de vorsten van Memphis, bedrogen hebben zij Egypte, den hoeksteen zijner volken11).

14. De Heer heeft in zijn midden eenen geest van zwijmeling bereid, en zij hebben Egypte doen zwijmelen in al zijn doen, gelijk zwijmelt wie dronken is en braakt12).

15. En geen werk zal er voor Egypte zijn, dat kop en staart, den neerbuiger en den bedwinger maakt13).

was de teelt van vlas en boomwol.

") Vul aan uit v. 9: «zullen te schande worden». Poelen liet men bij hoogen Nijlstand volloopen en bij het vallen van den Nijl ledigloopen, om de achterblijvende visschen te vangen. De nieuweren vertalen veelal het Hebr.: «En de zuilen (de grooten en^machtigen) zijn verbrijzeld en die voor loon arbeiden (Septuag. en Syr.: «die gerstebier bereiden») zielsbedroefd^^*/

") Ook Egypte's beroemde wijsheid (vgl. III Reg. IV 30) zal te schande worden. Tanis of Zoan (Egyptisch: Taan) in Beneden-Egypte, de hoofdstad der Hyksos en van vele latere koningen, was ook toen de zetel van eenen Pharao (zie voor dezen titel Gen. XII noot 11), die zich de opvolger der aloude koningen noemde, maar slechts een schaduw hunner vroegere macht bezat; zijne staatsdienaren hadden even weinig van de oudtijds beroemde wijsheid der Egyptische vorsten geërfd, al roemden zij op koninklijke afkomst en erfelijke wijsheid.

") Memphis, Hebr. Noph (Egyptisch:

Men-nofer, de goede stad) was de hoofdstad van Beneden-Egypte, ten zuiden van het tegenwoordige Kairo. Egypte heet de hoeksteen, d. i. de steun en het sieraad, der onderworpen volksstammen. Hebr.: «bedrogen hebben Egypte die de hoeksteen (d. i. de steunpilaren) zijn zijner kasten» of familiestammen, uit welke het oude rijk zich gevormd had en in welke het nu weder gesplitst was.

") Eenen geest van zwijmeling, d. i. eenen zwijmeldrank. Die wijze priesters en staatslieden zijn als het vat, waaruit die vloekdrank aan Egypte, d. i. aan de Egyptenaren, wordt toegediend; het volk is derhalve het offer dier misleiding en zwijmelt ten gevolge van dien drank als dronken en «tuimelt in zijn braaksel» (Hebr.); m. a. w. het dwaas bestuur dier overheden strekt aan land en volk ten schandelijken ondergang.

") Allen, groot en klein, zijn van geestkracht en doorzicht verstoken, zoodat niets, geen enkel werk den eenen tot gebieder, den anderen tot onderdaan stempelt, gelijk het in eene ge-

Sluiten