Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

senum, nudam et discalceatam, discoopertis natibus ad ignominiam ^Egypti.

5. Et timebunt, et confundentur ab iEthiopia spe sua, et ab iEgypto gloria sua.

6. Et dieet habitator insulse hujus in die illa: Ecce haec erat spes nostra, ad quos confugimus in auxilium, ut liberarent nos a facie regis Assyriorum: et quo modo effugere poterimus nos?

Ethiopië, jongelingen en grijsaards, naakt en barrevoets, met ontbloote dijen — tot schande voor Egypte.

5. En zij zullen vreezen en zich schamen over Ethiopië, hunne hoop, en over Egypte, hunnen roem4).

6. En de bewoner van dit kustland zal zeggen te dien dage: Zie, dat was onze hoop, tot hen namen wij onze toevlucht om bijstand, opdat zij ons zouden verlossen van het aangezicht van den koning der Assyriërs. En wij, hoe zullen wij het kunnen ontkomen5)?

CAPUT XXI.

HOOFDSTUK XXI.

Godspraak tegen Babyion v. 1—10: Het aanrukkende leger tegen het brassende Babyion (v. 1—5); de profeet, de wachter des Heeren, voorzegt den val der stad tot troost van zijn volk (v. 6—10). Godspraak tegen Duma (v. 11, 12). Godspraak tegen Arabië (v. 13—17).

1. Onus deserti maris. Sicut turbines ab Africo veniunt, de deserto venit, de terra horribili.

2. Visio dura nuntiata est mihi: qui incredulus est, infideliter agit: et qui depopulator est, vastat. Ascende iElam, obside Mede: omnem gemitum ejus cessare feci.

1. Last van de woestijn der zee1). Gelijk dwarrelwinden uit het Zuiderland komen, komt het uit de woestijn, uit een schrikwekkend land2)!

2. Een gruwzaam gezicht is mij gekondschapt: de trouwelooze handelt trouweloos en de verwoester verwoest. Trek op, o^Elam! Sla het beleg, gij Meder! Aan al het zuchten om hem maak Ik een einde3).

•) Zij, die van Juda, zullen vreezen voor de macht van Assyrië en zich schamen over hun vertrouwen op den steun van Ethiopië en over hun roemen op Egypte'» vriendschap.

*) Insula beteekent hier het kustland aan de Middellandsche Zee, Palestina, Philistea, Phenicië; zie XXIII 2. Hoe zullen wij aan de macht van Assyrië kunnen ontkomen ?

*) De woestijn der zee beteekent, blijkens v. 9, Babyion aan den Euphraat, evenals de Nijl XIX 5 zee geheeten, te meer omdat de vele wateren van dien stroom (vgl. Jer. LI 13), vóór den aanleg der dijken, de lage vlakte van

Zuid-Babylonië (bij de Assyriërs Zeeland mat tiamtiv geheeten) aan eene zee gelijk maakten (Herod. 1, 184). Het bloeiende Babyion zou eenmaal een woestijn worden.

*) Het onbepaalde verhoogt het schrikwekkende der aankondiging. Bedoeld is het leger der strijdvaardige JElamieten en Meden (v. 2); hunne komst wordt vergeleken met de m Juda zoo gevreesde dwarrelwinden uit de woestijn van Arabië.

8) Grmvzaam, want de profeet ziet de gruwelen en het geweld der Chaldeeuwsche overheersching. Doch daar klinkt reeds het bevel van God, die I aan het zuchten der volken om den

Sluiten