Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14. Ululate naves maris, quia devastata est fortitudo vestra.

15. Et erit in die illa: In obhvione eris o Tyre Septuaginta annis, sicut dies regis unius: post Septuaginta autem annos erit Tyro quasi oanticum meretricis.

16. Sume citharam, circui civitatem meretrix oblivioni tradita: bene cane, frequenta canticum, utmemoria tui sit.

17. Et erit post Septuaginta annos: Visitabit Dominus Tyrum, et reducet eam ad mercedes suas: et rursum fornicabitur cum universis regnis terras super faciem terra?.

18. Et erunt negotiationes ejus, et mercedes ejus sanctificatas Domino: non condentur, neque reponentur: quia his, qui habitaverint coram Domino, erit negotiatio ejus, ut manducent in saturitatem, et vestiantur usque ad vetustatem.

dien zin gegrondvest, dat het nieuwChaldeeuwsche rijk zou worden opgericht op de puinhoopen van het door Chaldea overwonnen rijk van Assur. Doch wellicht beter voegt men, overeenkomstig het Hebr., tw captimtatem (klaarblijkelijk de vertaling van liet Hebr. le-tsijim; zie over de uiteenloonende vertalingen van dit woord XUl noot 15) bij fundavü eam, te weten Asïur (in den accusatief) Dan is de zin "zie, het land der Chaldeërs - dat volk bestond (eertijds) met (want het was als een niet-volk, van Assyrië afhankelijk; en zie thans zijne kracht.), Assur, dat heeft het ingericht tot gevangenschap (Hebr. «voor de woestijnbewoners» d. i. tot een woestijn gemaakt, vgl. Soph. II 18, volg.; eyenzoo doet hit thans met Tyrus:) zij hebben zijne dapperen enz., Hebr.: «het heeft zijne torens opgericht (om Tyrus te belegeren), het heeft diens paleizen blootgelegd het gesteld tot een puinhoop».

De profetie wordt besloten met eene herhaling van v. 1. . .j...^.

") Te dien dage, d. i. in dat tijdperk van vernedering. Zeventig jaren (vgl. Jer XXV 11) gelijk de dagen of den

14. Jammert, schepen der zee, want verwoest is uwe sterkte15).

15. En het zal zijn te dien dage: In vergetelheid zult gij zijn, o Tyrus, zeventig jaren lang, gelijk de dagen van éénen koning. Maar na zeventig jaren zal voor Tyrus gelden het lied der boeleerster1*):

16. Neem de harp, ga rond in «Jé stad, vergeten boeleerster! Zing schoon, herhaal het lied, opdat men aan u denke17).

17. En het zal zijn na zeventig jaren: Bezoeken zal de Heer Tyrus en haar terugvoeren tot haar gewin; en weder zal zn boeleeren met alle koninkrijken der aarde op het aanschijn der aarde18).

18. En hare koopmanschappen en haar gewin zullen toegeheifigd zijn aan den Heer; zq zullen niet geborgen noch opgelegd worden; want voor hen, die voor des Heeren aangezicht wonen, zal haar koopmanschap zijn, opdat zij eten tot verzadiging en zich kleeden tot

i hoogen ouderdom1*).

duur van éénen koning, d. i. van één vorstengeslacht of van een rijk; de profeet bedoelt waarschijnlijk den duur van het Chaldeeuwsche rijk. Door Nabuchodonosor zal Tyrus vernederd worden, maar na den val van diens rijk, na zeventig jaren, weder tot bloei komen. Dan zal het Tyrus gaan, gelijk wordt te kennen gegeven in het lied der boeleerster.

") Tyrus zal trachten weder in de gunst der volken te komen, kooplieden tot zich lokken, zijne waren aanprijzen enz., evenals een vergeten boeleerster door verleidenden zang hare vroegere minnaars tot zich tracht te lokken.

1S) Bezoeken in goeden zin. Boeleeren beteekent hier handel drijven, eene zinspeling op het lied der boelee»-ster. Wellicht is die benaming ook daarom gekozen, omdat hebzucht, zingenot, ontucht met dien wereldhandel verbonden waren.

») Eenmaal zullen de Tyners hun„„„ honAal nVn Heere toeheiligen en

hun gewin aan den bloei van het volk Gods besteden, m. a. w. zich aan den dienst van den waren God wijden. Vgl. I Esdr. III 7; II Esdr. XIII16;

Sluiten