Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT XXXV. HOOFDSTUK XXXV.

Het geluk en de zaligheid der geloovigen.

1. Laetabitur deserta et in via, et exsultabit solitudo, et florebit quasi lilium.

2. Germinans germinabit, et exsultabit laetabunda et laudans: gloria Libani data est ei: decor Carmeli, et Saron, ipsi videbunt gloriam Domini, et decorem Dei nostri.

3. Confortate manus dissolutas, et genua debilia roborate.

4. Dicite pusillanimis: Confortamini, et nolite timere: ecce Deus vester ultionem adducet retributionis: Deus ipse veniet, et salvabit vos.

5. Tune aperientur oculi esecorum, et aures surdorum patebunt. Matth. XI 5.

6. Tune saliet sicut cervus claudus, et aperta erit lingua mutorum:

1. Verblijden zal zich het woeste en onbegaanbare land, en juichen zal de wildernis, en blpeien zal zij als de lelie.

2. Welig zal zij groeien, en juichen zal zij in vreugde en in lofgezang; de heerlijkheid van den Libanon is haar gegeven, de pracht van den Karmel en van Saron; zij zullen zien de heerlijkheid des Heeren en den luister van onzen God1).

3. Versterkt de slappe handen en bevestigt de wankelende knieën*).

4. Zegt aan de kleinmoedigen: Schept moed en vreest niet! Zie, uw God zal de wraak brengen der vergelding8), God zelf zal komen en Hij zal u verlossen!

5. Dan zullen de oogen der blinden ontsloten worden, en de ooren der dooven zullen opengaan.

6. Dan zal de lamme springen als een hert, en de tong der stommen

beleven, opdat zij wat in het boek des Heeren, d. i. in Isaias' profetie? is opgeteekend, met de werkelijkheid vergelijken en zich zóó overtuigen zouden, dat niet één dier voorspelde monsters ontbreekt. Want wat de profeet voorspeld heeft, volbrengt God zelf; Hij zal die monsters bijeenbrengen en aan hen, als aan een nieuwe volksplanting, het land van Edom door het lot en naar het meetsnoer (op de bij landverdeehng gebruikelijke wijze; vgl. Num. XXVI §5; Jos. XVIII), toebedeelen tot hun eigendom. Nimmer zal Edom hersteld worden, maar immer en eeuwig eene woestenij blijven, zie Mal. I 4.

*) In tegenstelling met de straffen der goddeloozen (XXXIV) schildert hier Isaias het geluk van Gods dienaren reeds in dit leven, maar vooral in de zalige eeuwigheid. Gelijk daar het vruchtbare land van Edom veranderd werd in een woestijn, zoo zal thans het

woeste land in een heerlijken bloemtuin worden omgeschapen en alles, wat Palestina heerlijks heeft, in zich vereenigen: de heerlijkheid van den met trotsche ceders en welriekende heesters begroeiden Libanon, de pracht van den vruchtbaren Karmel en van het welige landschap Saron (zie XXXIII 9; XXIX 17). Zij, die in bloeiende en vruchtbare velden herschapen woestijnen, zullen in die schoonheid en vruchtbaarheid eene afstraling zien van Gods heerlijkheid en luister. Deze zinnebeeldige voorstelling der zaligheid van Gods dienaren zal in zekere mate ook werkelijkheid worden, want de onbezielde schepping zal deelen in de verheerlijking der Kinderen Gods.

*) Laat u door de rampen niet ontmoedigen, maar schept moed uit _de beschouwing der toekomende heerlijkheid en vreugde.

•) Hebr.: «zal komen met wraak en vergelding Gods», d. L met vergeldende wraak over zijne vijanden.

Sluiten