Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et ariolos in furorem vertens. Conyertens sapientes retrorsum: et scientiam eorum stultam faciens.

26. Snscitans verbum servi sui, et consilium nuntiorum suorum complens. Qui dico Jerusalem: Habitaberis; et civitatibus Juda: JEdificabimini, et deserta ejus suscitabo.

27. Qui dico profundo: Desolare, et flumina tua arefaciam.

28. Qui dico Cyro: Pastor meus es, et omnem voluntatem meam eornplebis. Qui dico Jerusalem : vEdificaberis; et templo: Fundaberis.

gers ijdel maak en de wichelaars in waanzin doe verkeeren; die de wijzen rugwaarts doe deinzen en hunne wetenschap tot dwaasheid maak28).

26. Die het woord van zijnen dienstknecht tot stand brengt en het raadsbesluit zijner gezanten volvoert2*). Die zeg tot Jerusalem: Word bewoond; en tot de steden van Juda: Wordt gebouwd; en zijne bouwvallen zal Ik doen herrijzen.

27. Die zeg tot. de diepte: Word waterloos; en uwe vloeden zal Ik doen opdrogen28).

28. Die zeg tot Cyrus: Mijn herder zijt gij, en geheel mijnen wil zult gij volbrengen26). Die zeg27) tot Jerusalem: Word gebouwd; en tot den tempel: Word gegrondvest.

**) Gods wijsheid toont de ijdelheid, de valschheid der teeltenen, waaruit de waarzeggers de toekomst voorspellen, door ze te doen falen. Vooral de Chaldeeuwsche wichelaars zijn bedoeld, vgl XLVII9, welke God als dwaze menschen aan de kaak stelt; de wijzen, die zich zoo gaarne op den voorgrond dringen, doet Hij beschaamd rugwaarts deinzen.

**) Het woord van zijnen dienstknecht, d. i. van Israël, is de aan Israël gegeven heilsbelofte, m. a. w. het goddelijk raadsbesluit door zijne gezanten, de profeten, verkondigd. Dit raadsbesluit wordt aanstonds genoemd.

**) De beletselen, die den uittocht yan Israël tegenhielden, te weten Babylon's macht, zal God uit den weg ruimen. Eene zinspeling op den uittocht uit Egypte, welke hier te meer grond heeft, 'omdat, volgens oude geschiedschrijvers, Cyrus voor de verovering van Babyion eenen arm van den Euphraat heeft afgeleid.

**) Voor de eerste maal wordt Israël's verlosser hier met name genoemd: Cyrus, op de oude gedenkteekenen Kuru (Hebr. Koresj). God openbaarde aan isaias dien naam omstreeks twee honderd jaren vóór diens optreden in de geschiedenis. Mijn herder, d. i. door Mij gesteld tot herder of koning der volkeren, inzonderheid om Israël, de kudde des Heeren, in Jehova's naam te verlossen, vgl. XL 11. Hierin was Cyrus een schaduwbeeld van den Messias, den waren Herder en Verlosser van Gods volk. — Volgens Flav. Josephus Antiq. XI 1, 2 werd deze voorspelling aan Cyrus getoond en liet hij zich hierdoor bewegen om te doen, wat Israël's God van hem vorderde.

") Volgens den grondtekst spreekt hier Cyrus, die den wil Gods zal vervullen, door het bevelschrift uit te vaardigen tot den opbouw van Jerusalem en van den tempel.

Sluiten