Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ex ore meo exierunt, et audita feci ea: repente operatus sum, et venerunt.

4. Scivi enim quia durus es tu, et nervus ierreus cervix tua, et frons tua aerea.

5. Praedixi tibi ex tune: antequam veniient indicavi tibi, ne forte diceres: Idola mea fecerunt haec, et sculptilia mea, et conflatilia mandaverunt ista.

6. Quae audisti, vide omnia: vos autem num annuntiastis? Audita feci tibi nova ex tune, et conservata sunt quae nescis:

7. Nunc creata sunt, et non ex tune: et ante diem, et non audisti ea, ne forte dicas: Ecce ego cognovi ea.

8. Neque audisti, neque cognovisti, neque ex tune aperta est auris tua: scio enim quia praevaricans praevaricaberis, et transgressorem ex utero vocavi te.

*) Hier begint het woord, dat het volk naar v. 1 moet hooren, te weten het bewijs van Jehova's alwetendheid en almacht, en wel vooreerst uit de vroegere voorspellingen, lang te voren gedaan en thans plotseling, d. i. op onverwachte, goddelijke wijze, vervuld Zie XLII 9; XLIV 7, 8: XLV 21! XLVI 10.

4) Het hardnekkige volk had vanouds een ijzeren nekspier, als een koppig lastdier, dat zijn nek niet wil buigen onder het juk, had een voorhoofd van metaal, d. i. w as onverzettelijk volhardend in het booze opzet; vgl. Ezech. II \%L?' v0'f?" Daarom wilde Jehova duidelijk en klaar de groote gebeurtenissen lang te voren voorspellen, opdat Israël geenszins aan de afgoden zou kunnen toeschrijven, wat het werk was van Gods bovennatuurlijke leiding.

l) Zie dat alles vervuld! Hebr.

lang aangekondigd, en van mijnen mond zijn zij uitgegaan, en Ik deed ze hooren; plotseling heb Ik ze volvoerd, en zij zijn tot stand gekomen3).

4. Omdat Ik wist, dat gij onbuigzaam zijt, en uw nek een ijzeren spier is, en uw voorhoofd van metaal,

5. heb Ik ze u voorlang voorspeld; eer zij geschiedden, deed Ik ze u kennen, opdat gij wellicht niet zeggen zoudt: Mijne afgoden hebben dat gedaan, en mijne gesneden en gegoten beelden hebben dat gelast-).

6. Wat gij gehoord hebt — zie het altemaal! En gijlieden, hebt gij het verkondigd3)? Van toen af deed lk u nieuwe dingen hooren, en het zijn geheimgehouden dingen, welke gij met weet0).

7. Nu zijn zij geschapen7) en niet voorlang; en één dag te voren, toen hadt gij ze niet gehoord, opdat gij wellicht niet zeggen zoudt: Zie, Ik heb ze geweten.

8. Neen, gij hebt ze niet gehoord noch geweten, noch was voorheen uw oor daarvoor geopend8.). Want Ik weet, dat gij trouweloos trouweloosheid pleegt, en een overtreder van den moederschoot af noemde Ik ua).

«Zult gij het verkondigen» als de getuigen Gods, volgens XLIII 10.

*) Ook nieuwe voorspellingen doet God hooren van nu af (Hebr. en Septuag.; tune schijnt een schrijffout voor nunc). Het zijn in Gods raad geheimgehouden dingen, welke door niemand natuurlijkerwijze geweten konden worden. Bedoeld zijn de voorspellingen aangaande Cyrus' optreden en de verlossing van Israël ; want vooral deze zijn het, welke in deze afdeeling op den voorgrond treden.

') Geschapen, d. i. in het licht getreden door de profetische openbaring.

") Bemerk, met wat nadruk de profeet herhaalt, dat zijn Volk niets wist of vermoeden kon van hetgeen hij voorspelde aangaande Cyrus' optreden. Bijgevolg zijn deze profetieën niet geschreven, toen Cyrus' zegepraal over Babyion kon voorzien worden.

9) Juist daarom wilde God zoo klaar-

Sluiten