Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in omnibus planis pascua eorum.

10. Non esurient, neque sitient, et non percutiet eos aestus et sol: quia miserator eorum reget eos, et ad fontes aquarum potabit eos. Apoe. VII16.

11. Et ponam omnes montes meos in viam, et semitae meae exaltabuntur.

12. Ecce isti de longe venient, et ecce illi ab aquilone et mari, et isti de terra australi.

13. Laudate cceli, et exsulta terra, jubilate montes laudem: quia consolatus est Dominus populum suum, et pauperum suorum miserebitur.

14. Et dixit Sion: Dereliquit me Dominus, et Dominus oblitus est mei.

15. Numquid oblivisci potest muiier infantem suum, ut non misereatur filio uteri sui? et si illa oblita fuerit, ego tarnen non obliviscar tui.

len zij grazen, en op alle vlakten9) zal hunne weide zijn.

10. Zij sullen niet hongeren noch dorsten, en niet deren zal hen hitte10) en zon; want hun Ontferiner zal hen leiden, en aan waterbronnen zal Hij hen drenken11).

11. En Ik zal al mijne bergen maken tot eenen weg, en mijne paden zullen opgehoogd worden19).

12. Zie dezen, van verre komen zij; en zie, genen uit het Noorden en van de zee; en dezen uit het

i Zuiderland13).

I 13. Zingt lof, hemelen, en juich, o aarde, galmt, bergen, den lofzang uit; want vertroost heeft de Heer zijn volk, en over zijne armen ontfermt Hij zich14).

14. En Sion zeide: Verlaten heeft mij de Heer, en de Heer heeft mij vergeten15).

15. Kan wel eene vrouw haar kindeke vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over den zoon van haren schoot? En al zou zij het vergeten, Ik echter, Ik zal u niet vergeten16)!

worden weggenomen, verhoor Ik uw gebed voor de zaligheid der menschen (vgl. Joan. XVII; Hebr. V 7); Ik behoed u tegen de macht des doods door de verrijzenis en maak u ten bond, zie XLII 6, tot middelaar van het Nieuwe Verbond; want het Oude had Israël door zijne zonden verijdeld. Daarom lag het land verwoest, waren zijne erfdeelen in de handen van vreemden en verkeerde het bondsvolk in de boeien enz. der ballingschap. Onder die zinnebeelden zijn de gevolgen der zonde voorgesteld, welke de Messias als een andere Moses, als een tweede Josue kwam herstellen, in geestelijken zin, zie v. 6, door bovennatuurlijk licht en heil of genade te verleenen.

") Hebr.: «op alle kale hoogten», in vruchtbaar land herschapen. Vgl. XLI 17, 18; XLIII 20. De verlosten worv. 96. 10 vergeleken bh eene kudde,

die ruime weiden heeft en door een liefderijken herder geleid wordt.

10) Hebr.: sjarab; zie XXXV noot 5.

") Wellicht las de Vulgaat oorspron¬

kelijk portabit (zal Hij dragen), in overeenstemming met de oude vertalingen (vgl. Apoc. VII 17); Hebr.: «zal Hij hen zachtkens leiden»; vgl. XL 11. Zie Joan. X het beeld van den goeden Herder.

") Vgl. XL 3, volg. Zoo wordt de weg naar Sion voor de volken (v. 12) gemakkelijk begaanbaar en duidelijk te onderscheiden. Septuag.: «elk pad zal Ik tot eene weide voor hen maken».

1S) Van de zee of het verre Westen; vgl. LX 9. Het Zuiderland, Hebr.: «het land der Sinim», volgens velen de Chineezen, als de vertegenwoordigers van het verre Oosten.

») Vgl. XLII 10, 11; XLIV 23. ; De armen zijn diegenen, welke Chris\ tus beloofde te verkwikken Matth. XI 28.

") Sion, de bruid des Heeren, klaagt dat Jehova haar in de ballingschap als verlaten en vergeten heeft. Hierop antwoordt de Heer in v. 15, 16.

") Gods liefde is oneindig teerder en sterker dan moederliefde.

Sluiten