Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Para vit Dominus brachium sanctum suum in oculis omnium gentium: et videbunt omnes fines terras salutare Dei nostri. Ps. XCVII 3.

11. Recedite, recedite, exite inde, pollutum nolite tangere: exite de medio ejus, mundamini qui fertis vasa Domini. II Cor. VI17.

12. Quoniam non in tumultu exibitis, nee in fuga properabitis: praecedet enim vos Dominus, et

congregabit vos Deus Israël.

13. Ecce intelliget servus meus, exaltabitur, et elevabitur, et sublimis erit valde.

14 Sicut obstupuerunt super te multi, sic inglorius erit inter viros aspectus ejus, et forma ejus inter filios hominum*

15. Iste asperget gentes multas,

keert. Oog in oog, zoodat hun oog in het oog der aankomenden staart Wachters en ballingen zien elkander in het gelaat.

s) Bereid, Hebr.: «Ontbloot», heeft de Heer, als een dapper krijger, zijnen arm om het groote werk der verlossing te volvoeren. Vgl. voor het hier bedoelde heil van omen Ood, dat alle volken zullen tien en genieten, Luc. II31.

M) Derde opwekking (zie LI 17; LH 1), thans gericht tot de ballingen in Babyion, om naar Sion terug te keeren. Vgl. XLVIH 20; Zach. II 6,

7. Daar het «>n hsilmo t^nht ~«u.

onder aanvoering van Jehova (v. 8)',

.. uu. c^uunL uc piuieei, tegen verontreinieine'. Reinint « nriutu» a„ i..„t«

ten. Deze profetie ging in vervulling, toen Cyrus de door Nabuchodonosor ontvoerde tempelvaten (IV Reg. XXIV 13; XXV 13) terugschonk; vgl. I Esdr.

I 7 — 11. — TT <Tnr VT 17 w

eerste halfvers toegepast op den omgang

wet xieiut-iteii.

u) In VKnnn.rri.inn TTatir. . .mot

ijling», als bij den uittocht'uit Egypte,

zie Exod YTT 11 Iwd.. ,l„.„lf,?„

drukking voorliet haastelijk eten van het Pascha), 33, 39; Deut. XVI 3.

De Heer enl II nnnrnnnn oor,n »«„

speling op de vuur- en wolkzuil, zie

10. Bereid heeft de Heer zijnen heiligen arm voor de oogen aller

vuiKeren; en aue einden der aarde zullen het heil zien van onzen God»),

11. Vertrekt, vertrekt, gaat weg van daar! Raakt het onreine niet aan! Gaat weg uit zijn midden! Reinigt u, gq die de vaten des Heeren draagt10)!.

12. Want niet in verwarring zult gij uitgaan noch al vluchtend u wegspoeden; want de Heer zal u voorgaan, en de God van Israël zal u verzamelen11).

13. Zie, verstandig zal mijn dienstknecht zijn, verhoogd en verheven en verheerlijkt zal hij worden bovenmate12).

14. Evenals velen over u verbaasd stonden, zoo is zijn voorkomen ontluisterd onder de mannen en zijne gedaante onder de menschenkinderen18).

15. Hij zal vele volkeren bespren-

Exod. XIII 21, 22. U verzamelen of bijeenhouden, Hebr.: «u tot achterhoede zijn», zoodat zij geen vijanden in den rug te vreezen hebben.

'**) Hier begint een nieuwe profetie (Lil 13—LUI 12), waarin het lijden en het sterven, alsmede de verheerlijking van den Messias voorspeld wordt; vgl. XLIX; L 4—11. God zelf treedt sprekend op. Mijn dienstknecht is dezelfde, van wien XLII 1, volg.; LXIX sprake was. Hij, de Messias, zal verstandig zijn; want God «heeft zijnen geest» — den geest der wijsheid en des

verstands en der wetenschap XI 2

«op hem gelegd» XLII l. Anderen vertalen het Hebr.: «hij zal wijselijk handelen» in het Verlossingswerk of (volgens sommigen) daarin «voorspoedig zijn». Het loon zijner vernedering is de hoogste verheerlijking, welke met nadruk driemaal wordt uitgesproken.

") Over w, den met gebruikelijke persoonsverwisseling toegesproken Messias. De reden dier verbazing volgt: zoo ontluisterd, van aanzien 'beroofd, misvormd. Onder de mannen is een Hebr. spreekwijze, welke, zie Luc. 129, beteekent: meer dan alle mannen, of wel: zoodat zijn voorkomen eenen man onwaardig is.

Sluiten