Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT LV.

HOOFDSTUK LV.

Uitnoodiging tot het heil van den Messias, dat de vervulling is van Gods belofte (v. 1—5). Vermaning om ziek daartoe voor te bereiden door te verzaken aan de zonde (v. 6, 7) en den geest te verheffen tot God en zijn raadsbesluit, dat Hij gewis zal volvoeren (v. 8—11). De blijde toekomst (v. 12, 18).

1. Omnes si tientes venite ad aquas: et qui non habetis argentum, properste, emite, et comedite: venite, emite absque argento, et absque ulla commutatione vinum et lac. Eecli. LI 38; Apoc. XXII17.

2. Quare appenditis argentum non in panibus, et laborem vestrum non in saturitate ? Audite audientes me, et comedite bonum, et delectabitur in crassitudine anima vestra.

3. Inclinate aurem vestram, et venite ad me: audite, et vivet anima vestra, et feriam vobiscum pactum sempiternum, misericordias David fideles. Act. XIII34.

4. Ecce testem populis dedi eum, ducem ac praeceptorem gentibua,

Sion heeft het recht en de macht om ieder, die zich tegen haar verzet, hare leer aantast, weerspreekt enz., te veroordeelen, is derhalve met het onfeilbaar leergezag en met de opperste rechtsmacht bekleed. Dit algemeene (v. 2, 3), heilige (v. 4—14), onvergankelijke (v. 9, 10, 16, 17), onfeilbare (v. 17) Sion is het onvervreemdbaar bezit van de dienstknechten des Heeren, die met den Messias in één raystisch lichaam zijn vereenigd, is hunne gerechtigheid, zie XLI 2, hun heil, «van Mij uit» (Hebr.), d. I. van God, den gever van dat heil.

') Het'heil van den Messias (zie V. 3) wordt voorgesteld onder het beeld van spijs/en drank, en dat vooral om de tndgenooten van den profeet, die (v. 2) hunne voldoening zochten in tijdelijk/ goed en genot. Wateren, zie XII 3 overvloed van wijn (vgl. XXV 6) en melk, het deel van Juda Gen. XLIX 12, zijn hier zinnebeelden der genade

1. Alle, gij dorstigen, komt tot de wateren! En gij, die geen geld hebt, snelt toe, koopt en eet! Komt, koopt, zonder geld en zonder eenige vergoeding, wijn en melk')!

2. Waarom weegt gij geld toe voor wat geen brood is, en uwen arbeid voor wat geen verzadiging is? Hoort, hoort naar Mij en eet van het goede, en verlustigen zal zich aan het vette uwe ziel1)!

3. Neigt uw oor en komt tot Mij! Hoort, en uwe ziel zal leven! En Ik zal met u sluiten een eeuwig verbond — de barmhartigheden van David, de trouwe-'1.).

4. Zie, tot getuige voor de volken heb Ik hem gegeven, tot vorst en leeraar voor de heidenen4).

en waarheid, Gods liefdegaven door den Messias; vgl. Prov. IX 2, 5; XVIII 4; XX 5; XXV 25. Zie Joan. IV 18, 14; VII 37. Zonder geld enz., d. i. uit louter genade wordt het u geschonken.

*) De dorstigen naar geluk zoeken vergeefs zich te verzadigen aan schijngoederen, die voor veel geld en ten koste van zwaren arbeid verkregen worden.

*) De in v. 1—3 geschilderde zegeningen van het eeuwige verbond heeten de barmhartigheden of de genaden van David, dewijl aan David de belofte was gegeven, welker inhoud louter barmhartigheid en genade is, te weten, dat de Messias, uit hem geboren, voor eeuwig op zijnen troon zal zetelen; zij zijn de trouwe, daar zij onfeilbaar zeker vervuld worden. Zie II Reg. VII 15, 16; Ps. LXXXVIII 29, alwaar die heilbelofte eveneens barmhartigheid en trouw genoemd wordt.

*) God toont (Zie) den aan David

Sluiten