Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Ut praedicarem annum placabilem Domino, et diem ultionis Deo nostro: ut consolarer omnes lugentes: Matth. V 5.

3. Ut ponerem lugentibus Sion: et darem eis eoronam pro cinere, oleum gaudii pro luctu, pallium laudis pro spiritu moeroris: et vocabuntur in ea fortes justitia}, plantatio Domini ad glorificandum.

4. Et aedificabunt deserta a saeculo, et ruinas antiquas erigent, et instaurabunt civitates desertas, dissipatas in generationem et generationem. Supra LVIII 12.

5. Et stabunt alieni, et pascent pecora vestra: et filii peregrinorum agricolae et vinitores vestri erunt.

6. Vos autem Sacerdotes Domini

P$\%LI}Jt vo1«'! xlix volg.; Ln 16; LUI 10, volg.) kon hem de profeet, zonder nadere aanduiding, hiér sprekend invoeren. De geest enz.'

ivfT-P lf ** op mV> d- '• mat in zijne volheid op mijne menschelijke natuur, beweegt en bestuurt mij in alles, omdat de Heer mij gezalfd heeft, zie Ps. XLIV noot 14. Zijne bediening wordt in de volgende woorden omschreven. In plaats van de zachtmoedigen, Hebr.: «de vernederden», heeft de Vulgaat Luc. IV 18 de armen, aan wie vooral d.e blijde boodschap wordt gepredikt, zie Matth. V 3; XI 5. De vermorzelden van harte onder den last der zonde en de macht der driften. De gevangenen van_ duivel en zonde (vgl. XLII 7). Vrijlating uitroepen als in het jubel jaar! zie Lev. XXV 10. Aan de gekerleerden enz., ^Septuagint, gevolgd door Luc. IV 19: «aan blinden het gezicht» in hchamfehjken en geestelijken zin.

) Het verzoenjaar (eene zinspeling pp het jubeljaar), dat begint met de komst van den Messias, door wiens genoegdoening God met den mensch verzoend is. Het is ook de wraakdag van onzen God, waarop het onrecht der zonde gewroken (vgl. XLIX 26; L

2. om uit te roepen het verzoenjaar des Heeren en den wraakdag van onzen God, om alle treurenden te vertroosten2),

3. om te stellen voor de treurenden van Sion en hun te geven een krans in plaats van asch, vreugde»olie in plaats van rouw, een jubelgewaad in plaats van den geest van weemoed; en zij zullen binnen haar heeten helden der gerechtigheid,' een plantsoen des Heeren tot verheerlijking3).

4. En opbouwen zullen zij wat verwoest lag van eeuwen her, en aloude bouwvallen zullen zij oprichten, en herstellen, zullen zij de verlaten steden, die vernield lagen van geslacht tot geslacht4).

5. En vreemdelingen zullen ten dienste staan en uwe kudden weiden; en zonen van uitlanders zullen uwe landbouwers en uwe wijngaardeniers zijn5).

6. Gij echter zult priesters des

11; LI 23), de duivel overwonnen zal worden (Joan. XII 81; XVI 11); want de Messias zal ook ten val van velen, met zijne wan in de hand (Matth. in 12), als Rechter komen; zie Mal. III 2; Joan. IX 39. De treurenden zijn de ware boetelingen (vgl. LVII 18; Matth. V5). — In de synagoog van Nazareth heeft Jesus betuigd, dat deze profetie in Hem en door zijn optreden vervuld is, zie Luc. IV 18—21.

*) Om te stellen en te geven hebben beide krans tot voorwerp; het laatste neemt het begrip van het eerste weer op. Met olie zalfden zich de Hebreërs bij feesten (vgl. Ps. XXII 5; XLIV 8: CIII 15; Matth. VI 17). Helden, in het Hebr. volgens de nieuweren: «terebinthen», wat beter past bij het volgende plantsoen, zie LX 21; bijgevolg zal de daar beschreven heerlijkheid van Sion en van zijne bewoners het werk zijn van den dienstknecht des Heeren.

*) Vgl. LVIII noot 11.

*) De vroegere verdrukkers van het oude Sion zullen zich bij het nieuwe aansluiten en het dienen (vgl. LX 10, 14, 16). Het beeld is ontleend aan het landleven in Palestina,

Sluiten