Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Habitabit enim juvenie cum virgine, et habitabunt in te filii tui. Et gaudebit sponsus super sponsam, et gaudebit super te Deus tuus.

6. Super muros tuos Jerusalem constitui custodes, tota die, et tota nocte in perpetuum non tacebunt. Qui reminiscimini Domini, ne taceatis,

7. Et ne detis silentium ei, donec stabiliat, et donec ponat Jerusalem laudem in terra.

8. Juravit Dominus in dextera sua, et in brachio fortitudinis suae: Si dedero triticum tuum ultra cibum inimicis tuis: et si biberint filii alieni vinum tuum, in quo laborasti.

9. Quia qui congregant illud, comedent, et laudabunt Dominum: et qui comportant illud, bibent in atriis sanctis meis.

10. Transite, transite per portas, praeparate viam populo, planum f acite iter, eligite lapides, et elevate signum ad populos. Supra LVII 14.

5. Want de jonkman woont bij de jonkvrouw, en in u zullen wonen uwe kinderen. En de bruidegom heeft vreugde aan zijne bruid, en aan u zal vreugde hebben uw God5).

6. Over uwe muren, o Jerusalem, heb De wachters6) aangesteld; den ganschen dag en den ganschen nacht, nimmer zullen zij zwijgen. Gijlieden, die den Heer indachtig zijt, zwijgt niet,

7. en laat Hem geen rust, totdat Hij Jerusalem bevestige en het stelle tot lof op aarde7).

8. Gezworen heeft de Heer bij zijne rechterhand en bij den arm zijner sterkte: Nimmermeer zal Ik uwe tarwe geven tot spijs voor uwe vijanden, en nimmer zullen vreemde telgen uwen wijn drinken, waarvoor gij gearbeid hebt!

9. Want die haar inzamelen, zullen er van eten en den Heer lofzingen; en die hem samenlezen, zullen hem drinken in mijne heilige voorhoven8).

10. Trekt heen, trekt heen door de poorten; bereidt den weg voor het volk, maakt de baan effen, ruimt de steenen weg, en richt een banier op naar de volken9).

Reg. XXII 42; IV Reg. XXI 1. Naar het Hebr. in het tweede halfvers: «en uw land het Gehuwde; want— uw land zal gehuwd worden». Deze beeldspraak doelt hier pp de blijvende vereeniging tusschen land en volk, een gevolg van den hernieuwden band tusschen Jehova en Sion. In v. 5 wordt in omgekeerde orde eerst de vereeniging tusschen land en volk, vervolgens die tusschen Jehova en Sion door eene vergelijking verklaard.

5) De beide leden der twee vergelijkingen zijn naar Hebr. wijze door en verbonden. De zin is: want evenals de jonkman woont bij enz., d. i. haar tot vrouw neemt, zoo zullen uwe kinderen, de inwoners des lands, als met het land huwen. En evenals de bruidegom enz., zoo zal aan u.... uw God; vgl. Soph. III 17.

•) Mannen Gods, altijd waakzaam om

elk gevaar van het nieuwe Jerusalem af te wenden, zie v. 8. VgL LH 8.

') De thans reeds aangestelde wachters moeten de vestiging van het nieuwe Jerusalem tot lof van God voorbereiden door een aanhoudend gebed. De profeet roept hun toe: Gijlieden, die den Heer «indachtig maakt» (Hebr.) aan zijne beloften, zwijgt niet, d. i. houdt niet op met bidden, totdat enz.

") Bij zijne rechterhand enz., d. i. bij zijne almacht. Si enz. is een verkort eedsformulier, de sterkste ontkenning bevattend. Vgl. de bedreiging van Deut. XXVIII 33, 51. Die haar, te weten de tarwe; die hem, den wijn. In mijne... voorhoven bij de offermaaltijden na de dankoffers voor den oogst, zie Deut. XIV 22—26.

*) Trekt heen uit de steden der ballingschap naar Sion; vgl. XLVHI 20; LII 11. Bereidt enz., zie XL 3, 4; LVII

Sluiten