Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tojdruimte ongetwijfeld gemaakt had, en onder goddelijke ingeving het hij zijnen verta-ouwejing Baruch de tot dusver ontvangen proEën naar den hoofdzakelijken inhoud opschrijven. Toen JoakS dfe boekrol verbrand had, beval Jeremias aan Baruch een nieuw afscliriffte

SvoWdf rSxVTa8U?enZelf?n fah0,,d' tUOg vele morden™den bijgevoegd» (XXXVI 32); en deze verzameling werd gedurende ziin« volgende prediking allengs meer uitgebreid. geaurende zijne

De rangschikking der profetieën is in zooverre chronologisch dat — afgezien van het laatste hoofdstuk, een historisch aanhangsel,'en van de tegen de heidensche volken gerichte godspraken, welke als een afzonderlijke bundel in onzen tekst achteraan geplaatst zijn (XLVI—LR - alles wat van hoofdstuk XL af volgt (uitgezonderd XLV), betrekking heeft op den tijd na de verovering van Jerusalem, wat echter aan hoofdig1™ !"'',*?" *Valt' ^ ^ dez* profetieën van I tot XXXIX onderling met volgens tijdsorde gerangschikt; Waar de chronologische opgaven aan het hoofd der profetieën ontbreken — en deze zijn schaarsch — is het veelal bezwaarlijk den tijd van het ontstaan met juistheid aan te geven. De meest waarschijnlijke meening hieromtrent zal bij iedere profetie in de aanteekeningen worden vermeld

De hooidinhoud van Jeremias' profetieën is de aankondiging van het wraakgericht over Juda, Jerusalem en den tempel, als de straf voor de schrikbarende schuld, welke het volk van de vroegste tijden af op zich geladen had, vooral door afgoderij en het daarmede verbonden zedenbederf Dat wraakgericht zou voltrokken worden door den koning der Chaldeën, Nabuchodonosor, den geesel Gods voor Juda en de overige volken. Inzonderheid aan Juda voorspelde de profeet de geheele verwoesting des lands, de verdelging van stad en tempel, de wegvoering des volks m de Babylonische ballingschap. Doch evenals de vroegere profeten voegde hij bij die voorspelling, tot troost voor het betere deel des volks de belofte der herstelling, welke zich niet bij den terugkeer uit de ballingschap zou bepalen, maar voltooid zou worden door den Messias, wiens Rijk ook hier, hoewel niet zoo duidelijk als bn Isaias wordt voorgesteld. '

Opmerkelijk is in deze profetieën het verschil tusschen den Hebreeuwschen tekst, door de Vulgaat gevolgd, en de Septuagint. Dit verschil betreft vooreerst de plaats en de onderlinge volgorde der profetieën tegen de heidenen. Terwijl deze in den grondtekst en de Vulgaat van XLVI tot LI, dus aan het einde der verzameling, gevonden worden, staan zij in de Septuagint in het midden van het boek, achter XXV 13, en vormen daar XXVI 14 tot XXXI 44. Bovendien zijn deze profetieën onderling nier anders dan daar cfiranorsnhilrt ttïot.v.54 um» j„. wxr - ~ 0

Hebr. en Vuig., waar God Jeremias beveelt om aan Juda en de daar opgesomde volken den beker des gerichts toe te reiken, in de Septuagint

VOlgt OD de Drofetieën tecrAn Ha haiHanam in W„~*A„4...\- wnt

- . t — --o~ ——1 *" «wiueiuji aaaii. uaar

üet echter tegen den aard der zaak zou strijden, dat Jeremias dit bevel eerst zou mededeelen, nadat hij daaraan in de voorafgaande profetieën voldaan had, volgt hieruit, dat de plaatsing der profetieën tegen de heidenen in de Septuagint achter XXV 13 (waarvan de laatste woorden wellicht tot deze plaatsing aanleiding gaven) waarschijnlijk niet oor-

Sluiten