Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terra, arefacta sunt arva deserti: factus est cursus eorum malus, et fortitudo eorum dissimilis.

11. Propheta uamque et sacerdos polluti sunt: et in domo mea inveni malum eorum, ait Dominus.

12. Idcirco via eorum erit quasi lubricum in tenebris: impellentur enim, et corruent in ea: afferam enim super eos mala, annum visitationis eorum, ait Dominus.

13. Et in prophetis Samaria? vidi fatuitatem: prophetabant in Baal, et decipiebant populum meum Israël.

14. Et in prophetis Jerusalem vidi similitudinem adulterantium, et iter mendacii: et confortaverunt manus pessimorum ut non cOnverteretur unusquisque a malitia sua: facti Sunt mihi omnes ut Sodoma, et habitatores ejus quasi Gomorrha.

15. Propterea haec dicit Dominus exercituum ad prophetas: Ecce ego cibabo eos absinthio, et potabo eos felle: a prophetis enim Jerusalem

van den vloek treurt het land, zijn de beemden der woestijn verdord; hun streven is boos geworden, en hunne kracht is ongelijk9).

11. Want zelfs de profeet en de priester zijn bezoedeld, ook in mijn huis vond Dx hunne boosheid, zegt de Heer10).

12. Daarom zal hun weg zijn als een glibberig pad in de duisternis11); want zij zullen er heengedreven worden en daarop neerstorten; Want Ik zal onheilen over hen brengen, het jaar hunner bezoeking, zegt de Heer.

13. Ook in de profeten van Samaria zag Dx dwaasheid12): zij profeteerden bij Baal en misleidden mijn volk Israël.

14. En in de profeten van Jerusalem zag Ik de gelijkenis met overspelers en den wandel in de logen; en zij versterkten de handen der boosdoeners, opdat niet één zich van zijne boosheid zou bekeeren; zij zijn Mij geworden altegader als Sodoma, en zijne bewoners als Gomorrha13).

15. Daarom zegt dit de Heer der heerscharen aangaande de profeten: Zie, Ik, Ik zal hen spijzen met alsem en hen drenken met galu); want van de profeten van Jerusa-

*) Overspelers, in eigenlijken en overdrachtelijken zin; zie V 7. De vloek, de goddelijke straf voor de zonden, is, evenals XIV 1 volg., de droogte. De woestijn is, gelijk Joël I 19 en elders, geene dorre wildernis, maar eene weinig bewoonde landstreek met weilanden en beemden, meer tot veehoederij dan tot landbouw geschikt. Hun streven, eigenlijk «hun loop», d. i. hun driftig jagen naar allerlei kwaad. Hunne kracht, d. i. datgene, waarin zij hunne kracht toonen, is ongelijk, d. i. afwijkend van het goede voorbeeld hunner vaderen, Hebr.: «niet recht»; m. a. w. zij wenden hunne macht en hunnen invloed aan om onrecht te plegen.

10) In Gods huis, den tempel, pleegden zij heiligschennende boosheid, waarschijnlijk afgoderij (zie XXXII 34; vgl. Ez. VIII10,16), misschien ook ontucht.

u) Waarop zij noodwendig struike- 1

len en ten val komen; vgl. Ps. XXXIV 6. Zie Jer. XIII 16 en vgl. met het tweede halfvers XI 23.

") Daar zij voorgaven te profeteeren op ingeving en in naam van een ijdelen afgod, wat toch nog minder ergerlijk was dan het misbruiken van het gezag en den naam van Jehova.

") Hebr.: «Maar in de profeten van Jerusalem zag Ik gruwelijke dingen», welke vervolgens worden opgesomd: overspel en den wandel in, d. i. het voortdurend bedrijven van, de logen, waarschijnlijk valsche profetie en leugenbelofte. Hiermede versterkten zij de handen, d. i. het bedrijf, der boosdoeners (vgl. Ez. XIII 22), opdat enz. Alzoo waren dezen aan Sodoma, aan de meest bedorven heidenen, gelijk geworden.

") Zie VIII 14: IX 15.

Sluiten