Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Babylonis: et percutiet eos in oculis vestris.

22. Et assumetur ex eis male lictio omni transmigrationi Juda, quae est in Babylone, dicentium: Ponat te Dominus sicut Sedeciam, et sicut Achab, quos frixit rex Babylonis in igne:

23. Pro eo quod f ecerint stultitiam in Israël, et mcechati sunt in uxores amicorum suorum, et locuti sunt verbum in nomine meo mendaciter, quod non mandavi eis: ego sum judex et testis, dicit Dominus.

24. Et ad Semeiam Nehelamiten dices-:

25. Hasc dicit Dominus exercituum, Deus Israël: Pro eo quod misisti in nomine tuo libros ad omnem populum, qui est in Jerusalem, et ad Sophoniam filium Maasias sacerdotem, et ad universos sacerdotes, dicens.

26. Dominus dedit te sacerdotem pro Joiade sacerdote, ut sis dux in domo Domini super omnem virum arreptitium et prophetantem, ut

Zie, Ik zal hen overleveren in de handen van Nabuchodonosor, den koning van Babyion, en hij zal hen slaan voor uwe oogen.

22. En aan hen zal een vloek ontleend worden voor de geheele wegvoering van Juda, die in Babyion is, en men zal zeggen: U make de Heer als Sedecias en als Achab, die de koning van Babyion geroosterd heeft in het vuur18);

23. omdat zij dwaasheid in Israël gepleegd en overspel bedreven hebhen met de vrouwen hunner vrienden en leugentaal gesproken hebben in mijnen naam, welke Ik hun niet gelast heb19). Ik ben rechter en getuige, zegt de Heer29)!

24. En tot Semeïas, den Nehelamiet, zult gij zeggen:

25. Dit zegt de Heer der heerscharen, de God van Israël: Omdat gij in uwen naam brieven hebt gezonden aan al het volk, dat te Jerusalem is, alsmede aan Sophonias, den zoon van Maasias, den priester, en aan al de priesters, zeggende*1):

26. De Heer heeft u tot priester aangesteld in plaats van den priester Joïada, opdat gij overste zijn zoudt in het huis des Heeren tegenover elkeen, die een geestdrij-

ie) Gelijk de in Juda achtergeblevenen tot een vloek zullen worden voor de volken (XXIV 9; XXIX 18), zoo inzonderheid die twee volksleiders voor de ballingen (zie het tegenovergestelde Oen. XLVIH 20). Want zoo gruwelijk zal hunne doodstraf zijn, dat zij tot eene spreekwoordelijke uitdrukking zal worden onder hen. Levend verbrand worden was eene in Babyion niet ongebruikelijke doodstraf; zie Dan. III 6.

"*) Voor dwaasheid staat in den grondtekst hetzelfde woord, dat Gen. XXXIV 7 voor ontucht wordt gebezigd. Dit beteekent het ook hier, blijkens hetgeen volgt: en (met verklarenden zin, te weten) overspel enz. Wat de Chaldeeuwsche konmg hun zou doen ondergaan voor hunnen opstand tegen zijn gezag, zou voor God de.straf zijn van hunne ontucht en leugenprofetie.

M) Hebr.: «Ik weet het en ben getuige», d. i. Ik ken hunne zonden en geef er getuigenis van om u tegen hen te waarschuwen.

**) Wat Jeremias tot Semeïas, een overigens onbekenden valschen profeet te Babyion, moet zeggen (v. 24) of liever aan hem schrijven, bijgevolg zijn tweede brief, volgt na v. 25 eerst in v. 31—32. Eerst deelt hij (v. 26—28) den inhoud mede Van de brieven (het meervoud libros wordt door de Hebreërs ook van een enkelen brief gezegd ; zie v. 29 en vgl. IV Reg. X 1; XIX 14; XX 12), waarmede die valsche profeet in eigen naam, d. i. zonder eenig gezag, het in V. 4—23 voorafgaand schrijven van Jeremias had beantwoord. Zie over Sophonias XXI noot 2.

Sluiten