Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42. Quia hasc dicit Dominus: Sicut adduxi super populum istum omne malum hoe grande: sic adducam super eos omne bonum, quod ego loquor ad eos.

43. Et possidebuntur agri in terra ista: de qua vos dicitis quod deserta sit, eo quod non remanserit homo et juinentum, et data sit in manus Chaldseorum.

44. Agri ementur pecunia, et scribentur in libro, et imprimetur signum, et testis adhibebitur: in terra Benjamin, et in circuitu Jerusalem, in civitatibus Juda, et in civitatibus montanis, et in civitatibus campestribus, et in civitatibus, quae ad austrum sunt: quia convertam captivitatem eorum, ait Dominus.

42. Want dit zegt de Heer: Gelijk Ik over dit volk al dit groote onheil heb gebracht, alzoo zal Ik over hen al het goede brengen, dat Ik aangaande hen spreek37), ,,

43. En er zullen akkers gekocht worden in dit land, waarvan gijlieden zegt, dat het verwoest is, daar er mensch noch vee is achtergebleven, en dat het gegeven is in de handen der Chaldeën38).

44. Akkers zullen voor geld gekocht en beschreven worden in eenen brief, en men zal er het zegel op drukken en getuigen nemen, in het land van Benjamin en in den omtrek van Jerusalem, in de steden van Juda en in de steden van het gebergte en in de steden der vlakte en in de steden, die ten zuiden zijn; want Ik zal hunne gevangenschap terugvoeren, zegt de Heer39).

CAPUT XXXIII.

HOOFDSTUK XXXIII.

Herstelling van het volk, dat, door God gezegend, den uiterlijken eeredienst vieren en veilig wonen zal (v. 1—13). Het door den Messias gerechtvaardigde volk en zijn onvergankelijk koning- en priesterschap (v. 14—26).

1. Et factum est verbum Domini ad Jeremiam secundo, cum adhuc clausus esset in atrio carceris, dicens:

2. Haec dicit Dominus qui facturus

1. En het woord des Heeren geschiedde tot Jeremias ten tweeden male, toen hij nog in hechtenis was in het voorhof van den kerker1), zeggende:

2. Dit zegt de Heer, die het doen

wel in trouw, d. i. volgens zijne beloften, die Hij gaarne en van ganscher harte zal volbrengen.

") Zie XXXI 28. Eene korte samenvatting van het gezegde in v. 28—41. Heb gebracht is weder een profetisch verleden; het zou binnen kort geschieden,

*"j Nu eerst volgt het rechtstreeksche antwoord van God op de vraag van den profeet in v. 25 betreffende de beteekenis van het koopen van den akker in de gegeven omstandigheden. Er zullen akkers gekocht worden beteekent, dat de maatschappelijke eh burgerlijke orde in dit land zal wor¬

den hersteld. Waarvan gijlieden zegt beduidt hetzelfde als in v. 36 (zie noot 31): voor ieder was het duidelijk, dat het nu weldra zoover komen zou.

sa) Zie voor de hier genoemde deelen van Juda XVII 26; vooraf gaat het land van Benjamin, waarin de bewuste akker gelegen was. Dit verklarend antwoord van God brengt de profeet nu eerst over aan Baruch (v. 15), na hem den last van v. 14 te hebben opgedragen. Zie noot 12.

") Zie XXXII 1, 2. Hier volgen eenige nieuwe troostwoorden, tot opbeuring der vromen in die droevige dagen.

Sluiten