Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mihi: et propitius ero cunctis iniquitatibus eorum, in quibus deliquerunt mihi, et spreverunt me.

9. Et erit mihi in nomen, et in gaudium, et in laudem, et in exsultationem cunctis gentibus terra?, quas audierint omnia bona, quas ego facturus sum eis: et pavebunt, et turbabuntur in universis bonis, et in .omni pace, quam ego faciam eis.

10. Hasc dicit Dominus: Adhuc audietur in loco isto (quem vos dicitis esse desertum, eo quod non sit homo nee jumentum: in civitatibus Juda, et foris Jerusalem, quas desolatas sunt absque homine, et absque habitatore, et absque pecore)

11. Vox gaudii et vox lastitias, vox sponsi et vox sponsae, vox dicentium: Confitemini Domino exercituum, quoniam bonus Dominus, quoniam in asternum misericordia ejus: et portantium vota in domum Domini: reducam enim conversionem terras sicut a principio, dicit Dominus.

12. Hasc dicit Dominus exercituum: Adhuc erit in loco isto deserto absque homine, et absque jumento, et in cunctis civitatibus ejus, habitaculum pastorum accubantium gregum.

6) Zie XXXI 34.

") Jerusalem (v. 7).

") De God van Israël zal beroemd en geprezen worden onder alle volken der aarde, om de weldaden aan Jerusalem bewezen; tij zullen vreezen en beven, d. i. met eerbiedige vreeze verlangend naar dat heil uitzien; vgl. Osee III 5.

") Voor die weldaden zullen de inwoners van Jerusalem en van Juda's steden den Heer danken en loven in de thans verwoeste straten der stad (v. 10, 11).

") Zie XXXII 36, 43 met noot 31.

VI

zij tegen Mij gezondigd hebben; en Dl zal al hunne ongerechtigheden genadig zijn, waarmede zij tegen Mij misdreven en Mij versmaad hebben»).

9. En het10) zal Mij zijn tot naam en tot vreugde en tot lof en tot jubel voor alle volken der aarde, die al het goede zullen hooren, dat Ik aan hen doen zal; en zij zullen vreezen en beven om al het goede en om al den vrede, dien Ik aan hen doen zal11).

10. Dit zegt de Heer12): Nog zal gehoord worden in dit oord (waarvan gij zegt, dat het verwoest is, daar er mensch is noch vee), in de steden van Juda en buiten Jerusalem (welke verlaten zijn, zonder mensch en zonder bewoner en zonder vee18),

11. de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid14), de stem dergenen, die zeggen: Looft den Heer der heerscharen, want goed is de Heer, want eeuwig duurt zijne barmhartigheid13); en (de stem) dergenen, die lofoffers brengen naar het huis des Heeren; want De zal de gevangenschap des lands terugvoeren, als in den beginne10), zegt de Heer.

12. Dit zegt de Heer der heerscharen: Nog zal in dit oord, dat verwoest is, zonder mensch en zonder vee, en in al zijne steden een woonplaats zijn voor herders van legerende kudden17).

Buiten (zóó ook de Septuag.), Hebr.: «op de straten van* Jerusalem: zie op XI 6.

") Het tegendeel va*n VII 34; XVI 9; XXV 10.

") Deze woorden zijn de aanhef van Ps. CV en CVI, die toen in den tempel gezongen werden; zie li Par. V 13 met noot 11. Zie verder XVII 26 en noot 8 hierboven.

") d. i. Zoodat het land weder bevolkt en gelukkig zijn zal als in de oude dagen.

Hebr.: «eene weideplaats voor de herdérs, welke de kudde daar laten

27

Sluiten