Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et veni. Tulit ergo Baruch filius Nerias volumen in manu sua, et venit ad eos.

15. Et dixerunt ad eum: Sede, et lege hasc in auribus nostris. Et legit Baruch in auribus eorum.

16. Igitur cum audissent omnia verba, obstupuerunt unusquisque ad proximum suum, et dixerunt ad Baruch: Nuntiare debemus regi omnes sermones istos.

17. Et interrogaverunt eum, dicentes: Indica nobis quomodo scripsisti omnes sermones istos ex ore ejus.

18. Dixit autem eis Baruch: Ex ore suo loquebatur quasi legens ad me omnes sermones istos: et ego scribebam in volumine atramento.

19. Et dixerunt principes ad Baruch: Vade, et abscondere tu et Jeremias, et nemo sciat ubi si tis.

20. Et ingressi sunt ad regem in atrium: porro volumen commendaverunt in gazophylacio Elisamas scribas: et nuntiaverunt audiente rege omnes sermones.

21. Misitque rex Judi ut sumeret volumen: qui tollens illud de gazophylacio Elisamas scribas, legit audiente rege, et universis principibus, qui stabant circa regem.

22. Rex autem sedebat in domo

^**jV>«d. L Zagen zij van schrik en ontsteltenis elkander sprakeloos aan; naar de Septuag. beraadslaagden zij met elkander. Dat zij Baruch en Jeremias niet ongenegen waren, blijkt uit het geheele verhaal; zie.'vooral v. 19.

") Want zulk een voorspelling kon niet verborgen blijven. Waarschuwden zij derhalve den koning niet, dan hadden zij zijnen toorn te vreezen.

") Zij willen de meeste zekerheid omtrent den oorsprong dier voorspellingen, of zij inderdaad van den erkenden godsgezant Jeremias afkomstig

hand en kom! Toen nam Baruch, de zoon van Nerias, de rol in zijne hand en kwam tot hen.

15. En zij zeiden tot hem: Zet u neder en lees dat ten aanhooren van ons. En Baruch las ten aanhooren van hen.

16. Als zij dan al de woorden gehoord hadden, verstomden zij, de een tegenover den ander11), en zij zeiden tot Baruch: Wij moeten den koning kennis geven van al die woorden18)!

17. En zij ondervroegen hem, zeggende : Verklaar ons, hoe gij al die woorden uit zijnen mond hebt geschreven11).

18. En Baruch zeide tot hen: Uit zijnen mond sprak hij, als lezende, al die woorden tot mij, en ik schreef ze met inkt op de rol.

19. En de vorsten zeiden tot Baruch: Ga heen en verberg u, gij en Jeremias, en niemand wete, waar gijlieden zijt18).

20. En zij traden binnen tot den koning in het voorhof; de rol echter legden zij weg in de schatkamer van Elisama, den schrijver; en zij berichtten ten aanhooren des konings al de woorden16).

21. En de koning zond Judi om de rol te halen, en deze nam haar uit de schatkamer van Elisama, den schrijver, en las ten aanhooren van den koning en van al de vorsten, die om den koning stonden.

22. De koning nu zat in het win-

waren. Uit zijnen mond staat niet in de Septuag. en geeft om v. 18 een minder goeden zin.

") Want zij vreesden de wraak des konings; zie XXVI 21 volg.

") De kanselarij zag uit op een tweede voorhof, het binnenste, dat toegang verleende tot de wintervertrekken des konings, zie v. 22. Al de woorden, d. i. al de dingen, m. a. w. zij gaven den koning verslag van het gebeurde en van den inhoud der voorgelezen profetie, welke zij in de kanselarij hadden weggelegd uit vreeze voor de gramschap des konings.

Sluiten