Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85. Et auferam de Moab, ait Dominus, offerentem in excelsis, et sacrificantem diis ejus.

36. Propterea cor meum ad Moab quasi tibiae resonabit: et cor meum ad viros muri fictilis dabit sonitum tibiarum: quia plus fecit quam potuit, idcirco perierunt.

37. Omne enim caput calvitium, et omnis barba rasa erit: in cunctis manibus colligatio, et super omne dorsum cilicium. Ig.XV2;Ee. VII18.

38. Super omnia tecta Moab, et in plateis ejus omnis planctus: quoniam contrivi Moab sicut vas inutile, ait Dominus.

39. Quomodo victa est, et ululaverunt? quomodo dejecit cervicem Moab, et confusus est ? eritque Moab in derisum, et in exemplum omnibus in circuitu suo.

40. Haec dicit Dominus: Ecce quasi aquila volabit, et extendet alas suas ad Moab.

41. Capta est Carioth, et munitiones comprehensae sunt: et erit cor

zich in de opgenoemde steden. Zie verder Is. XV 4, 5, 6. In het Hebr. heet niet Segor (gelijk Is. XV 5), maar Oronaim «de driejarige vaars» — wat ook de Vulgaat door de ongewone woordschikking schijnt te kennen te geven. Verder heeft het Hebr. gelijk Is. XV 6 «de wateren van Nemrim zullen tot verwoesting worden», d. i. geheel uitdrogen.

*') God bevestigt, gelijk in v. 30, het woord van den profeet. Al die jammeren zijn de straf voor Moab's afgoderij, zie v. 13. Vgl. Ia. XVI 12.

*•) Ziels. XV 5; XVI11. In plaats van de «harp» (Is. XVI11) noemt Jeremias de fluit, waarmede men treurgezangen placht te begeleiden. Hierbij voegt hij dan v. 37, 38 het overige rouwbedrijf, dat Is. XV 2, 3 voorafgaat; vgl. Jer. XVI 6. — Over de mannen enz., zie noot 33. — Omdat hij meer gedaan heeft, zie noot 32; naar het Hebr. klaagt hij, omdat hetgeen

35. En wegnemen zal Ik uit Moab, zegt de Heer, hem, die offert op de hoogten en die wierookt voor zijne goden37).

36. Daarom klinkt mijn hart over Moab als eene fluit, en geeft mijn hart over de mannen van den tichelmuur den toon van eene fluit; omdat hij meer gedaan heeft, dan hij vermocht, daarom zijn zij omgekomen38).

37. Want elk hoofd is kaal en elke baard is geschoren, aan alle handen is een boei39) en op eiken rug een boetekleed.

38. Op alle daken van Moab en in zijne straten is alles weegeklaag; want verbrijzeld heb Ik Moab als een onnut vat40), zegt de Heer.

39. Hoe is hij verwonnen, en jammeren zij? Hoe Iaat Moab het hoofd hangen41) en is hij te schande geworden? Ja, Moab is ten spot en ten voorbeeld voor allen, die rondom hem zijn.

40. Dit zegt de Heer«): Zie, als een arend vliegt hij en spreidt hij zijne vleugelen uit naar Moab48).

41. Veroverd is Carioth en de vestingwerken zijn ingenomen44); en

van de verworven bezittingen nog was overgebleven, verloren is; zie Is. XV noot 8.

*•) Hebr..- «zijn insnijdingen», zie XVI 6.

40) Zie Is. XV 3 en verder Jer. XXII 28.

*') Hebr.: «hoe keert Moab den nek af» van schaamte.

*') Eene samenvatting van het in de vijf strophen aangekondigde wraakgericht over Moab.

") De roofzuchtige arend is de verwoester van v. 18. Door ditzelfde beeld is Ez. XVII 3 Nabuchodonosor en Is. XLVI 11 (Hebr.) Cyrus aangeduid. Hetzelfde komt XLIX 22 nog eens voor en is daarom wellicht door de Septuag. hier weggelaten.

**) Carioth, zie v. 24; anderen vertalen het als een gemeen zelfstandig naamwoord: «de steden». Wat hier nog volgt, staat niet in de Septuag., wellicht om dezelfde reden als in noot 43.

Sluiten