Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen Jeremias als den schrijver der canonieke Klaagliederen gehouden. Hiervoor pleiten ook hun inhoud en vorm. Want klaarblijkelijk heeft een ooggetuige van Jerusalem's ondergang, een deelgenoot der jammeren, deze gezangen gedicht. Immers is de herinnering aan den geleden smaad, aan den hongersnood en het overige lijden nog levendig; met frissche kleuren worden de gruwelijke tooneelen geschilderd bij de belegering en de inneming der stad. Treffend is verder de overeenkomst der Klaagliederen met de Profetie van Jeremias: dezelfde gedachten, dezelfde gevoelens van medelijden en smart, dezelfde oorzaken der rampen, dezelfde beweegredenen tot vertrouwen, dezelfde spreekwijzen en beelden keeren hier terug, hoewel tevens om de verscheidenheid van het behandelde onderwerp en om den elegischen vorm, waarin het wordt voorgedragen, vele woorden en beelden hier worden aangetroffen, welke in de profetische toespraken en in de historische stukken niet zouden passen. Ten slotte is ook de godsdienstige opvatting der rampen en staatkundige gebeurtenissen dezelfde als in de Profetie. In beide zijn de zonden des volks, vooral der priesters en valsche profeten, de oorzaak der jammeren.

Sluiten