Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23. Ideo die ad eos: Haec dicit Dominus Deus: Quiescere faciam proverbium istud, neque vulgo dicetur ultra in Israël: et loquere ad eos quod appropinquaverint dies, et sermo omnis visionis.

24. Non enim erit ultra omnis visio cassa, neque divinatio ambigua in medio filiorum Israël.

25. Quia ego Dominus loquar: et quodcumque locutus fuero verbum, fiet, et non prolongabitur amplius: sed in diebus vestris domus exasperans loquar verbum, et faciam illud, dicit Dominus Deus.

26. Et factus est sermo Domini ad me, dicens:

27. Fili hominis, ecce domus Israël dicentium: Visio, quam hic videt, in dies muitos: et in tempora longa iste propheta!

28. Propterea die ad eos: Haec dicit Dominus Deus: Non prolongabitur ultra omnis sermo meus: verbum, quod locutus fuero, complebitur, dicit Dominus Deus.

I 23. Daarom zeg tot hen: Dit zegt de Heere God: Ik zal die spreuk doen ophouden, en zij zal niet langer algemeen gebezigd worden in Israël; en zeg tot hen, dat de dagen nabij zijn en het woord van elk gezicht19).

24. Niet langer toch zal er allerlei ijdel gezicht zijn noch dubbelzinnige waarzegging in het midden der kinderen van Israël20).

25. Want Ik, de Heer, Ik spreek; en elk woord, dat Ik spreek, zal geschieden en niet langer worden uitgesteld; maar in uwe dagen, weerspannig huis, spreek Ik het woord en volvoer het21), zegt de Heere God.

26 En het woord des Heeren geschiedde tot mij, zeggende:

27. Menschenzoon, zie, die van het huis van Israël zeggen: Het gezicht, dat deze ziet, is voor vele dagen, en voor verre tijden profeteert hu2*).

28. Daarom zeg tot hen: Dit zegt de Heere God: Niet meer zal eenig woord van Mij worden uitgesteld; het woord, dat Ik spreek, zal vervuld worden, zegt de Heere God.

CAPÜT XIII.

HOOFDSTUK XIII.

Over de valsche profeten (v. 1—16) en de waarzegsters (v. 17—23)

Et factus est sermo Domini ad

me, dicens:

2. Fili hominis, vaticinare ad prophetas Israël, qui prophetant: et dices prophetantibus de corde suo: Audite verbum Domini:

1. En het woord des Heeren geschiedde tot mij, zeggende1):

2. Menschenzoon, profeteer aangaande de profeten van Israël, die profeteeren; en zeg tot hen, die profeteeren uit hun eigen hart2): Hoort het woord des Heeren!

") De inhoud van elke profetie.

*°) Door de vervulling der ware godspraken zal er weldra geen plaats meer zijn voor ijdele, d; i. valsche, profetie en voor dubbelzinnige, Hebr. en Septuag.: «vleiende», waarzegging. Want alsdan zullen de leugenprofeten ontmaskerd worden.

") Voorspelling en vervulling zal hetzelfde geslacht beleven.

'■) d. i. Wat Ezechiël voorspelt, zal eerst na langen tijd in vervulling gaan.

l) Aankondiging van Gods wraak over de valsche profeten, die de oorzaak waren, waarom de ware godsgezanten niet geloofd werden, en die net volk in zijn boos opzet stijfden. Vgl. Jer. XXIX 21.

') Vgl. Jer. XXIII 16.

Sluiten