Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18. Et tres viri isti fuerint in medio ejus: vivo ego, dieit Dominus Deus, non liberabunt filios, neque filias: sed ipsi soli liberabuntur.

19. Si autem et pestilentiam immisero super terram illam, et effudero indignationem meam super eam in sanguine, ut auferam ex ea hominem, et jumentum:

20. Et Noe, et Daniël, et Job fuerint in medio ejus: vivo ego, dicit Dominus Deus, quia filium, et filiam non liberabunt: sed ipsi justitia sua liberabunt animas suas.

21. Quoniam hasc dicit Dominus Deus: Quod et si quatuor judicia mea pessima, gladium, et famem, ao bestias malas, et pestilentiam immisero in Jerusalem ut interficiam de ea hominem, et pecus:

22. Tarnen relinquetnr in ea salvatio educentium filios, et filias: ecce ipsi ingredientur ad vos, et videbitis Viam eorum, et adinventiones eorum, et consolabimini super malo, quod induxi in Jerusalem in omnibus, quas importavi super eam.

23. Et consolabuntur vos, cum videritis viam eorum, et adinventiones eorum: et cognoscetis quod non frustra fecerim omnia, quas feci in ea, ait Dominus Deus.

ls) Bloed, als gevolg van pest, beteekent waarschijnlijk bloed- of pestbuilen; zie V noot 20.

") Toepassing van den algemeenen regel op Juda en Jerusalem.

") Het Hebr. beteekent: Hoeveel te meer, wanneer» Ik niet één van deze vier gerichten, welke elk afzonderlijk voldoende zijn om een land ten gronde te richten, doch mijne vier zeer booze gerichten te gelijk loslaat over Jerusalem De niet uitgedrukte nazin

ia evenals in v. 14, 16, 18 en 20: dan zullen slechts mannen als de drie genoemde gered worden, maar zij zullen niemand der overigen kunnen redden. En toch, gelijk nu in v. 22 volgt, zullen

18. en al waren deze drie mannen in zijn midden, zoo waar Ik leef, zegt de Heere God, zij zouden zonen noch dochters redden, maar zij alleen zouden gered worden.

19. Indien Dx echter ook de pest loslaat over dat land, <en Ik mijne verbolgenheid daarover uitstort in bloed13) om er uit weg te nemen mensch en vee;

20. en al waren Noë en Daniël en Job in zijn midden, zoo waar Ik leef, zegt de Heere God, voorwaar, zij zouden zoon noch dochter redden, maar zelf zouden zij door hunne gerechtigheid hunns eigen zielen redden.

21. Want dit zegt de Heere Godu): Ook dan, wanneer Dx mijne vier zeer booze gerichten, zwaard en honger en booze dieren en pest, loslaat over Jerusalem om er uit te verdelgen mensch en vee13);

22. niettemin zal daarin overblijven eene ontkoming dergenen, die zonen en dochters zullen uitvoeren16); zie, dezen zullen tot ulieden komen, en gij zult hunnen weg en hunnen toeleg zien; en gij zult u troosten in het kwaad, dat Ik gebracht heb over Jerusalem, bij alles, dat Ik over hetzelve heb doen komen.

23. En zij zullen u troosten, wanneer gij hunnen weg en hunnen toeleg ziet; en gij zult erkennen, dat Ik niet zonder reden deed al wat Ik aan hetzelve gedaan heb, zegt de Heere God17).

er in Jerusalem niet weinigen overblijven, en wel dezulken, die niet verdienden gespaard te worden. Wat God echter daarmede beoogt, verklaart Hij in v. 226 en 23.

16) Hebr. «maar zie, er zal eene ontkoming (d. i. eenige ontkomenen) daarin overblijven, zij, die uitgevoerd zullen worden (in ballingschap), zonen en dochters».

1T) Wanneer de ballingen het goddeloos gedrag der in ballingschap weggevoerde Jerusalemmers zien, zullen zij beseffen, hoe bedorven dat geslacht was en bijgevolg begrijpen, dat de ondergang van Jerusalem en van het rijk Juda eene welverdiende straf geweest is.'

Sluiten