Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et agite poenitentiam ab omnibus iniquitatibus vestris: et non erit vobis in ruinam iniquitas. Matth. III 2; Luc. III 3.

31. Projicite a vobis omnes praevaricationes vestras, in quibus praevaricati estis, et facite vobis cor novum, et spiritum novum: et quare moriemini domus Israël?

32. Quia nolo mortem morientis, dicit Dominus Deus, revertimini, et vivite. Supra v. 23. Infra XXXIII li; II Petr. III 9.

u en doet boete over al uwe ongerechtigheden, en de ongerechtigheid zal u niet ten ondergang zijn.

31. Werpt weg van u al uwe trouweloosheden, waarmede gij ontrouw gepleegd hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest18)! En waarom zoudt gij sterven, huis van Israël ?

32. Want lk wil niet den dood des stervenden, zegt de Heere God; keert terug en leeft19)!

CAPÜT XIX. HOOFDSTUK XIX.

Klaaglied over de koningen van Juda. De leeuwin en hare welpen (v. 1—9); de wijnstok en zijne takken (v. 10—14).

1. Et tu assume planctum super principes Israël,

2. Et dices: Quare mater tua leaena inter leones cubavit, in medio leunculorum enutrivit catulos suos?

3. Et eduxit unum de leunculis suis, et leo factus est: et didieit

1. En gij, hef eenen klaagzang aan over de vorsten van Israël1)!

2. En zeg: Waarom legerde uwe moeder, eene leeuwin, tusschen leeuwen, bracht zij in het midden van jonge leeuwen hare welpen groot2) ?

3. En zij bracht eenen van hare jonge leeuwen te voorschijn; en

") Zie XI 18, 19, alwaar dit nieuxee i hart een geschenk is van Gods genade, I terwijl het hier het werk is van den I boetvaardige zelf, die met Gods genade j moet medewerken.

1S) God straft niet, omdat Hij aan straffen welbehagen heeft. Hij wil integendeel de bekeering des zondaars en noodigt hem hiertoe dringend uit.

') De profeet sluit de XII1 begonnen reeks profetieën met een klaagzang over den ondergang der vorsten van Israël. Aldus heeten de koningen van Juda, omdat het huis van David rechtens macht had over het geheele volk. De Septuag. heeft het enkelvoud: «over den vorst»; waarschijnlijk is Sedecias bedoeld.

*) Het Hebr. kan ook vertaald wor¬

den: «Wat was uwe moeder? Eene leeuwin! Tusschen leeuwen legerde zij, te midden van jonge leeuwen bracht zij» enz. Volgens de meesten is de moeder Jerusalem of Juda, dat (als eene leeuwin tusschen leeuwen) in uiterlijke praal en in krijgsroem met de omliggende koninkrijken wilde wedijveren (vgl. I Reg. VIII 20) en (hare welpen) de jonge vorsten, opvoedde in trotschheid en heerschzucht, (te midden van jonge leeuwen) gelijk dit aan de heidensche hoven geschiedde. Volgens anderen (zie v. 5) is de moeder van Sedecias bedoeld, te weten Amital (zie IV Reg. XXIII 31 en XXIV18), die twee harer zonen, Joachaz en Sedecias, den troon zag bestijgen. I Naar deze opvatting beschrijft dit vers het koninklijk aanzien dezer koninginnemoeder, die hare zonen in koninklijken luister opvoedde.

Sluiten