Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Et dissipabunt muros Tyri, et destruent turres ejus: et radam pulverem ejus de ea, et dabo eam in Umpidissimam petram.

5. Siccatio sagenarum erit in medio maris, quia ego locutus sum, ait Dominus Deus: et erit in direptionem gentibus.

6. Filiffi quoque ejus, quas sunt in agro, gladio interficientur: et scient quia ego Dominus.

7. Quia haec dicit Dominus Deus: Ecce ego adducam ad Tyrum Nabuchodonosor regem Babylonis ab aquilone regem regum, cum equis, et curribus, et equitibus, et ccetu, populoque magno.

8. Filias tuas, quae sunt in agro, gladio interficiet: et circumdabit te munitionibus, et comportabit aggerem in gyro: et elevabit contra te clypenm.

9. Et vineas, et arietes temperabit in muros tuos, et turrea tuas destruet in armatura sua.

10. Inundatione equorum ejus operiet te pulvis eorum: a sonitu equitum, et rotarum, et curruum movebuntur muri tui, cum ingressus fuerit portas tuas quasi per introitum urbis dissipatae.

volken vele vijandelijke volken tegen Tyrus doen komen, (Hebr.) «gelijk de zee hare golven doet opkomen».

') d. i. Het puin van hare muren ea torens.

") Zie voor de vervulling Is. XXIII noot 19.

') Hare dochters zijn de onderhoorige steden op het vaste land van Phenicië; de dood door het zwaard beteekent de verwoesting derzelve.

8) Eene nieuwe strophe, die op dezelfde wijze als v. 3 wordt ingeleid.

*) Zie Jer. I noot 10 aan het einde.

") Zie Is. X noot 7.

u) Na de steden van het vasteland (zie noot 7) te hebben veroverd, zal

4. En zij zullen de muren van Tyrus vernielen en hare torens slechten; en Ik zal haar stof5) wegvagen van haar en haar maken tot een geheel naakte rots.

5. Eene droogplaats van netten zal zij zijn in het midden der zee, want Ik heb gesproken, zegt de Heere God; en zij zal ten roof zijn voor de volken6).

6. Ook hare dochters, die op het land zijn, zullen door het zwaard gedood worden7); en zij zullen weten, dat Ik de Heer ben.

7. Want dit zegt de Heere God8): Zie, Dx zal Nabuchodonosor, den koning van Babyion, uit het noorden9), den koning der koningen10), naar Tyrus brengen, met paarden en wagens en ruiters en troepen en veel volk.

8. Uwe dochters, die op het land zijn, zal hij door het zwaard dooden; en hij zal u omgeven met schansen en eenen wal opwerpen in het rond en het schild tegen u verheffen11).

9. En schilddaken en stormrammen zal hij richten tegen uwe muren, en uwe torens zal hij vernielen met zijn wapentuig.

10. Van den stroom zijner rossen zal het stof u bedekken, van het gedruisch der ruiters en raderen en wagens zullen uwe muren schudden, wanneer hij uwe poorten binnentrekt gelijk door de opening eener doorgebroken stad12).

Nabuchodonosor het beleg slaan om het eiland Tyrus en hiertoe schansen (zie IV noot 2) en eenen wal (Hebr.) «tegen u» oprichten. Volgens den H. Hiëronymus e. a. overbrugde Nabuchodonosor, gelijk later Alexander, de zeeëngte met den hier bedoelden wal of dam om alzoo het eiland te genaken. Het schild is een verzamelwoord voor de schilden der krijgers, of beteekent een schilddak, d. i. een uit teenen gevlochten schutdak, in de Vulgaat v/*9 door vinea aangeduid, onder welks beschutting de stad werd aangevallen.

ll) De overwinnaar zal de door de zee omspoelde stad als eene gewone landvesting binnentrekken.

Sluiten