Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Ungulis equorum suorum conculcabit omnes plateas tuas: populum tuum gladio caedet, et status tuae nobiles in terram corruent.

12. Vastabunt opes tuas, diripient negotiationes tuas: et destruent muros tuos, et domos tuas praeclaras subvertent: et lapides tuos, et ligna tua, et pulverem tuum in medio aquarum ponent.

13. Et quiescere faciam multitudinem canticorum tuorum, et sonitus cithararum tuarum non audietur amplius. Jer. VII34.

14. Et dabo te in Umpidissimam petram, siccatio sagenarum eris, nee aedificaberis ultra: quia ego locutus sum, ait Dominus Deus.

15. Haec dicit Dominus Deus Tyro: Numquid non a sonitu ruinae tuae, et gemitu interfectorum tuorum cum occisi fuerint in medio tui, commovebuntur insulae?

16. Et descendent de sedibus suis omnes principes mar is: et auferent exuvias suas, et vestimenta sua varia abjicient, et induentur stupore: in terra sedebunt, et attoniti super repentino casu tuo admirabuntur.

17. Et assumentes super te lamen-

11. Met de hoeven zijner rossen zal hij al uwe straten vertreden; uw volk zal hij met het zwaard neervellen; en uwe vermaarde zuilen zullen ter aarde neerstorten13).

12. Zij zullen uwe schatten rooven, uwe koopwaren plunderen; en zij zullen uwe muren afbreken en uwe lusthuizen omwerpen; en uwe steenen en uwe balken en uw stof zullen zij werpen midden in de wateren.

13. En De zal de menigte uwer liederen doen zwijgen, en het geklank uwer harpen zal niet meer gehoord worden.

14. En Dx zal u maken tot een geheel naakte rots, eene droogplaats van netten zult gij zijn; en gij zult niet meer opgebouwd worden; want Ik heb gesproken, zegt de Heere God14).

15. Dit zegt de Heere God tot Tyrus: Zullen niet door het gedreun van uwen val en door het gekerm uwer verslagenen, wanneer zij gedood worden in uw midden, de eilanden beven14) ?

16. En alle vorsten der zee zullen afdalen van hunne tronen; en zij zullen hunne gewaden afleggen en hunne veelkleurige kleederen wegwerpen en zich bekleeden met ontzetting16); op den grond zullen zij nederzitten en verbaasd over uwen plotselingen val zich verwonderen.

17. En over u een klaaglied aan-

") De zuilen, waarvan ook Herodotus (II 44) gewaagt, waren waarschijnlijk voorstellingen van den PheniciSohen zonnegod Heracles of Melkart, die bij den val der zuilen overwonnen zou binken. Vgl. Is. XLVI 1; Jer. L 2.

") Uit Philostratus en Menander bericht Flavius Jos. (Antiq. X 11, 1; c. Ap. I 21) de dertienjarige belegering van Tyrus door Nabuchodonosor, zonder echter uitdrukkelijk van de inneming der stad te gewagen. Uit de Phenicische oorkonden blijkt echter, gelijk hij zegt in overeenstemming met het getuigenis van Berosus, dat Nabuchodonosor Syrië en geheel Phenicië, derhalve ook

de hoofdstad Tyrus, heeft onderworpen. Evenwel leverde de plundering van Tyrus aan Nabuchodonosor geen aanmerkelijk voordeel op; zie XXIX 18. De reden daarvan is onbekend. De H. Hiëronymus zegt, dat de Tyriërs gedurende de belegering hunne schatten in veiligheid brachten naar de koloniën.

") De profetie beschrijft (v. 15—18) den schrik en de verbazing der eilanden, d. i. der kustlanden en der eilanden in de Middellandsche Zee (vgl. Gen. X noot 6), bij den val der moederstad Tyrus.

") d. i. In treurgewaad van hunne ontzetting doen blijken.

Sluiten