Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Habitatores Sidonis, et Aradii fuerunt remiges tui: sapientes tui, Tyre, facti sunt gubernatores tui.

9. Senes Giblii, et prudentes ejus habuerunt nautas ad ministerium variae supellectilis tuas: omnes naves maris, et nautas earum fuerunt in populo negotiationis tuae.

10. Persae, et Lydii, et Libyes erant in exercitu tuo viri bellatores tui: clypeum, et galeam suspenderunt in te pro ornatu tuo.

11. Filii Aradii cum exercitu tuo erant super muros tuos in circuitu: sed et Pigmaei, qui erant in turribus tuis, pharetras suas suspenderunt in muris tuis per gyrum: ipsi compleverunt pulchritudinem tuam.

12. Carthaginenses negotiatores tui, a multitudine cunctarum divitiarum, argento, ferro, stanno, plumboque repleverunt nundinas tuas.

13. Graecia, Tbubal, et Mosoch,

8. De inwoners van Sidon en van Arad waren uwe roeiers; uwe wijzen, Tyrus, waren uwe stuurlieden8).

9. De oudsten van Gebal») en zijne wijzen hadden scheepsvolk ter verzorging van uw velerlei scheepstuig ; alle schepen der zee en hunne zeelieden behoorden tot het volk, dat uwen handel dreef10).

10. De Perzen en de Lvdièra en de Libyers waren in uw leger uwe krijgslieden; schild en helm hingen zij aan u op tot uwe versiering").

11. De zonen van Arad met uw leger waren op uwe muren in het rond; maar ook de Pygmeërs, die op uwe torens waren, hingen hunne pijlkokers rondom aan uwe muren; zij maakten uwe schoonheid volkomen12).

12. De Carthagers waren uwe kooplieden wegens de menigte van allerlei rijkdom; met zilver, ijzer, tin en lood vulden zij uwe markten13).

13. Griekenland, Thubal en Mosoch,

de Grieksche eilanden der Jonischezee, i volgens de nieuweren Zuid-Italië of Sicilië aanduidt. — De profeet bedoelt, dat al deze landen hunne kostbaarste voortbrengselen tot opluistering van Tyrus leverden. . ._

8) De vele bondsstaten van Phenicië waren als de bemanning van het schip en deden dienst als roeiers enz. (v. 8, 9) terwijl Tyrus, het hoofd der bondsstaten, het roer hield. Sidon op het vasteland was de vroegere hoofdstad. Arad, Hebr. «Arvad», lag op een eiland dicht bij de Phenicische kust.

*\ Eene stad niet ver van de kust, tusschen Tripolis en Berytos. Vgl. III Ree. V 18.

lS\ Hier en in de volgende verzen wiikt het beeld van het schip meer en meer terug, en treedt de stad met haren handel en haar leger op den voorgrond.

") De Perzen, hier het eerst m de H Schrift vermeld, waren toen nog een weinig aanzienlijke volksstam. Voor Lydiërs en Libyers heeft het Hebr «Loed en Poet», die eveneens Is. LXVI 19 en Jer. XLVI 9 (zie noot 11 aldaar) te zamen vermeld zijn. Zn allen le¬

verden aan Tyrus hulptroepen.

") Zie voor Arad noot 8. Voor Pygmeërs, volgens den H. Hiëronymus geen eigennaam van een volk, doen een van het Grieksche «pygma», d. i. vuist, afgeleid naamwoord, dat vuistvechters of dappere krijgers beteekent, heeft het Hebr. «gammadim», naar de Septuag.: «wachterB». — Het ophangen der pijlkokers, Hebr. «schilden», aan de muren der stad duidt aan, dat genoemde volken bijdroegen tot den luister en de sterkte der vesting. — In v. 12—25 beschrijft de profeet de markt van Tyrus, waar kooplieden uit alle volken samenstroomden. Berst worden de handelsvolken aan en bij de Middelland sche Zee van het westen naar het oosten opgeteld, v. 12—14.

») De Carthagers heeft ook de Septuag. Doch naar het Hebr. is «TharsTisj» (Gen. X 4), waarschijnlijk de Phenicische kolonie Tartessus in Zuidwestelijk Spanje, «uwe handelaarster», omdat zij eenen grooten rijkdom van mineralen in Tyrus ter markt kon brengen. Want Spanje was rijk aan zilver, ijzer enz.

Sluiten