Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ipsi institores tui: mancipia, et vasa ssrea, advexerunt populo tuo.

14. De domo Thogorma, equos, et equites, et mulos adduxerunt ad forum tuum.

15. Filii Dedan negotiatores tui: insulas multas negotiatio manus tuas: dentes eburneos, et hebeninos commutaverunt in pretio tuo.

16. Syrus negotiator tuus propter multitudinem operum tuorum, gemmam, et purpuram, et scutulata, et byssum, et sericum, et chodchod proposuerunt in mercatu tuo.

17. Juda et terra Israël ipsi institores tui in frumento primo, balsamum, et mei, et oleum, et resinam proposuerunt in nundinis tuis.

18. Damascenus negotiator tuus in multitudine operum tuorum, in multitudine diversarum opum, in vino pingui, in lanis coloris optimi.

19. Dan, et Grascia, et Mosel in

M) Griekenland, Hebr.: <Javan» (zie Joël III noot 10). Thubal en Mosoch, naar Gen. X 2 «zonen van Japheth», woonden aan de zuidkust en ten zuidoosten der Zwarte Zee, in het aan koper rijke Pontische bergland.

") Het huis Thogorma beteekent waarschijnlijk een Armenischen volksstam (zie Gen. X 3); Armenië was om zijnen rijkdom aan paarden en muilezels bij de Ouden bekend. Zie voor de vertaling equites, strijdrossen, Exod. XV noot 16.

16) Handelsbetrekkingen met de noordwestelijke Arabieren en de naaste naburen in het oosten, v. 15—18. — Zie voor het Arabische handelsvolk Dedan XXV noot 12 en Is. XXI noot 16. Door de eilanden zijn waarschijnlijk de kusten en de eilanden der Roode Zee bedoeld; althans elpenbeen en ebbenhout zijn vooral Afrikaansche voortbrengselen, welke waarschijnlijk als schatting aan Tyrus betaald werden. Want de koophandel uwer hand schijnt te beteekenen de onder uwe heerschappij staande kooplieden. Zie v. 21.

") Voor de kunstwerken, welke in

dezen waren uwe handelaren; slaven en koperen vaatwerk voerden zij voor uw volk aan14).

14. Uit het huis Thogorma bracht men paarden en strijdrossen en muilezels aan op uwe markt15).

15. De zonen van Dedan waren uwe kooplieden, vele eilanden de koophandel uwer hand; elpenbeen en ebbenhout ruilden zij m tegen uwen koopprijs16).

16. De Syriër was uw koopman wegens de menigte uwer kunstwerken; edelgesteente en purper en borduurwerk en byssus en zijde en jaspis boden zij u in ruilhandel17).

17. Juda en het land van Israël, zij waren uwe handelaren in uitgelezen tarwe18); balsem en honig en olie en hars boden zij aan op uwe markten.

18. Damascus was uw koopman wegens de menigte uwer kunstwerken, in menigte van velerlei goederen, in fijnen wijn19), in wol van de beste kleur.

19. Dan en Griekenland en Mosel*0)

Tyrus werden vervaardigd, brachten de Syriërs edelgesteente enz. op de markt van TyruB. — Het Hebr. chodchod is Is. LIV 12 door jaspis vertaald. — De koraal- en parelvisscherij in de Perzische golf leverde aan den Syriër, Hebr.: «Aram» (het land tusschen Chanaan-Phenicië en den Euphraat), de genoemde edelgesteenten. Babel was van oudsher (zie Jos. VII 21) bekend om zijne weefselen en zijn borduurwerk.

") Hebr.: «in tarwe van Minnith», eene in het Ammonietische gebied gelegen stad, naar II Par. XXVII 5 rijk aan granen.

'*) Hebr.: «in wijn van Chelbon», het drie uren noordoostelijk van Damascus liggende dorp Chalbün. De hier geteelde wijn wordt in het spijkerschrift geprezen en was volgens de Ouden de geliefkoosde drank der Perzische koningen.

,0) Hebr.: «Wedan (vermoedelijk een Arabische stam) en Javan van Oezal», een ander Javan, dan het in v. 13 genoemde. Oezal, Gen. X 27 onder de Arabische volksstammen genoemd, woonde

Sluiten