Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Caput xxxiil

hoofdstuk xxxiil

Het derde deel, de herstelling van Israël.—Inleiding: verantwoordelijkheid van den profeet (v. 1—9); Ood wil niet den dood, doch de bekeering des zondaars (v. 10—20); de mond van den profeet wordt geopend (v. 21, 22). — Eerste profetie: de ijdele hoop der in Juda achtergeblevenen (v. 23—29) en de ongeloovige ballingen (v. 30—33).

1. Et factum est verbum Domini ad me, dicens:

2. Fili hominis loquere ad filios populi tui, et dices ad eos: Terra cum induxero super eam gladium, et tulerit populus terras virum unum de novissimis suis, et constituerit eum super se speculatorem:

3. Et ille viderit gladium venientem super terram, et cecinerit buccina, et annuntiaverit populo:

4. Audiens autem, quisquis ille est, sonitum buccinae, et non se observaverit, veneritque gladius, et tulerit eum: sanguis ipsius super caput ejus erit.

5. Sonum buccinae audivit, et non se observavit, Sanguis ejus in ipso eritr si autem se custodierit, animam suam salvabit.

6. Quod si speculator viderit gladium venientem, et non insonuerit buccina: et populus se non custodierit, veneritque gladius, et tulerit de eis animam: ille quidem in iniquitate sua captus est, sanguinem autem ejus de manu speculatoris requiram.

7. Et tu fili hominis, speculatorem dedi te domui Israël: audiens ergo ex ore meo sermonem, annuntiabis eis ex me. Supra III17.

1. En het woord des Heeren geschiedde tot mij, zeggende:

2. Menschenzoon, spreek tot de kinderen van uw volk en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard1) breng over een land, en het volk des lands eenen man neemt uit zijne geringsten2) en hem over zich aanstelt tot wachter3);

3. en deze het zwaard ziet komen over het land en op de bazuin blaast en het volk waarschuwt;

4. indien dan iemand, wie het ook zij, bet geschal der bazuin hoort en zich niet in acht neemt, en het zwaard komt en hem wegneemt — zijn bloed zal op zijn hoofd zijn1).

5. Hij hoorde het geschal der bazuin en nam zich niet in acht — zijn bloed zal op hem zijn; doch neemt hij zich in acht, dan zal bij zijne ziel redden.

6. Bijaldien echter de wachter het zwaard ziet komen en niet blaast op de bazuin, en het volk zich niet in acht neemt, en het zwaard komt en eene ziel uit hen wegneemt; die is wel om zijne ongerechtigheid gegrepen, maar zijn bloed zal Dx van de hand des wachters terugeischen8).

7. En gij, menschenzoon, tot wachter heb Dx u gesteld over het huis van Israël; gij zult derhalve uit mijnen mond net woord hooren en hen waarschuwen van mijnentwege.

l) Het oorlogszwaard.

') De Hebr. zegswijze beteekent: eenen uit hun midden.

') Die van zijn hoog standpunt den omtrek overzien kan om bij naderende gevaren door bazuingeschal te waarschuwen; zie III noot 16.

4) d. i. De schuld aan zijnen dood

zal hem zeiven aangerekend, met op een ander gewroken worden.

*) In den slotzin gaat de beeldspraak in de bedoelde zaak over. De wachter toch is de profeet, door God aangesteld om de schuldigen te vermanen. In hem, die niet gewaarschuwd ten val komt, wordt daarom ongerechtigheid veron-

Sluiten