Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vita vivat, et confisus in justitia sua fecerit iniquitatem: omnes justitia? ejus oblivioni tradentur, et in iniquitate sua, quam operatus est, in ipsa morietur.

14. Si autem dixero impio: Morte morieris: et egerit poenitentiam a peccato suo, feceritque judicium et justitiam,

15. Et pignus restituerit ille impius, rapinamque reddiderit, in mandatis vitae ambulaverit, nee fecerit quidquam injustum: vita vivet, et non morietur.

16. Omnia peccata ejus, quae peccavit, non imputabuntur ei: judicium, et justitiam fecit, vita vivet.

17. Et dixerunt filii populi tui: Non est aequi ponderis via Domini, et ipsorum via injusta est.

18. Cum enim reeesserit justus a justitia sua, feceritque iniquitates, morietur in eis.

19. Et cum reeesserit impius ab impietate sua, feceritque judicium, et justitiam, vivet in eis.

20. Et dicitis: Non est recta via Domini. Unumquemque juxta vias suas judicabo de vobis, domus Israël. Supra XVIII 25.

21. Et factum est in duodecimo anno, in decimo mense, in quinta mensis transmigrationis nostrae, venit ad me qui fugerat de Jerusalem, dicens: Vastata est civitas.

zeg, dat hij het leven heeft, en hij, zich verlatende op zijne gerechtigheid, ongerechtigheid doet, zullen al zijne gerechtigheden aan de vergetelheid worden prijsgegeven, en om zijne ongerechtigheid, die hij bedreven heeft, daarom zal hij sterven.

14. Maar als Ik tot den goddelooze zeg: Den dood zult gij sterven, en hij boete doet over zijne zonde en recht oefent en gerechtigheid,

15. en die goddelooze het pand teruggeeft en het geroofde vergoedt, in de geboden des levens wandelt en geenerlei onrecht doet, zal hij het leven hebben en niet sterven.

16. Al zijne zonden, die hij bedreven heeft, zullen hem niet worden aangerekend; recht en gerechtigheid heeft hij geoefend, hij zal het leven hebben.

17. En de kinderen van uw volk zeiden: De weg des Heeren is niet in evenwicht7) — en hun eigen weg is niet recht!

18. Want als de gerechte afwijkt van zijne gerechtigheid en ongerechtigheden doet, zal hij deswege sterven.

19. En als de goddelooze zich afwendt van zijne goddeloosheid en recht oefent en gerechtigheid, zal hij deswege leven.

20. En gij zegt: De weg des Heeren is met recht! Een ieder van u zal Ik volgens zijne wegen richten, huis van Israël!

21. En het geschiedde in het twaalfde jaar, in de tiende maand, op den vijfden der maand, sedert onze wegvoering, dat er een tot mij kwam, die uit Jerusalem ontkomen was, zeggende: De stad is verwoest8)!

*) In v. 20 vertaalt de Vulgaat de- | men, wat, in aanmerking genomen den

zeifde woorden duidelijker: non est afstand tusschen de beide plaatsen en

recta, is niet recht. Vgl. XVIH 25. het verkeer tusschen de ballingen en

*) Volgens de lezing der Vulgaat de in Juda achtergeblevenen, minder waren er bijna achttien maanden sedert waarschijnlijk is. Eenige Hebr. handden val van Jerusalem verloopen (zie schriften en de Syr. vertaling hebben JerV Lil 5, 6), eer de ontkomene uit hier «het elfde» in plaats van het Jerusalem met die droevige tijding in twaalfde jaar. Vgl. XXVI noot f, Babylonië aan den Chobar was geko- I

Sluiten