Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drum: et altare ante faciem templi.

48. Et introduxit me in vestibulum templi, et mensus est vestibulum quinque cubitis hinc, et quinque cubitis inde: et latitudinem portas trium cubitorum hinc, et trium cubitorum inde.

49. Longitudinem autem vestibuli viginti cubitorum, et latitudinem undecim cubitorum, et octo gradibus ascendebatur ad eam. Et columns erant in frontibus: una hinc et altera inde.

altaar stond recht voor den tempel").

48. En hij bracht mij in het portaal des tempels52), en hij mat het portaal58), vijf el aan deze en vijf el aan gene zijde; en de breedte des ingangs, drie el aan deze en drie el aan gene zijde5*);

49. en de lengte van het portaal twintig el, en de breedte elf el; en men klom er met acht treden op. En er waren kolommen aan de muurstijlen, eene aan deze en ééne aan gene zijde55).

CAPUT XLI.

HOOFDSTUK XLI.

Beschrijving van den eigenlijken tempel (v (v. 16—26).

1. Et introduxit me in templum, et mensus est frontes, sex cubitos latitudinis hinc, et sex oubitos latitudinis inde, latitudinem tabernaculi.

2. Et latitudo portae, decem cubitorum erat: et latera portas, quinque cubitis hinc, et quinque cubitis inde: et mensus est longitudinem ejus quadraginta cubitorum, et latitudinem viginti cubitorum.

1—15) en zijne versiering

1. En hij bracht mij in den tempel, en hij mat de muurstijlen, zes ei de breedte aan deze en zes el de breedte aan gene zijde, de breedte van den tabernakel1).

2. En de breedte van den ingang was tien el, en de zijmuren van den ingang vijf el aan deze en vijf el aan gene zijde; en hij mat zijne lengte, veertig el, en de breedte, twintig el2).

") Het binnenste voorhof was honderd el lang (Fig. 5 d—e) en even breed (i—k). Zie voor de plaats van het brandofferaltaar Fig. 5 E; het wordt XLIII 13 volg. nader beschreven.

") Hiermede begint de beschrijving van het tempelhuis. Zie Fig. 3. Eerst het portaal, v. 48, 49; zie Fig. 3 A.

") Naar het Hebr. mat hij de dikte van het muurwerk aan den ingang (a—b) van het portaal.

u) Septuag.: «en de breedte des ingangs (a—a), veertien el; en de zijmuren der poort van het portaal, ene el aan de eene zijde (b—c) en drie el aan de andere rijde» (b—d).

") De lengte c—d; vgl. III Reg. VI 3, waar eveneens de lengte de langere zijde aanduidt, welke tevens

de breedte is van het tempelhuis. De breedte d—z bedroeg naar de Septuag. niet elf, doch «twaalf el». In plaats van aeht heeft de Septuag. «tien treden». De kolommen, zie e e; vgl. III Reg. VII 15 volg. voor de twee kolommen in den tempel van Salomon.

') In den tempel, te weten in het Heilige, zie Fig. 3 B. De engel mat de muurstijlen, te weten de dikte der zijmuren aan den ingang (f—h en g—k). Met eene kleine wijziging van het Hebr. wordt beter, in overeenstemming met de Septuag., in plaats van den tabernakel «den muurstijl» gelezen.

*) De breedte van den ingang f—g; de tijmuren h—1 en K—m. De lengte van het Heilige 1—n, de breedte 1—m.

Sluiten