Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22. Altaris lignei trium cubitorum altitudo: et longitudo ejus duorum cubitorum: et anguli ejus, et longitudo ejus, et parietes ejus lignei. Et locutus est ad me: Hasc est mensa coram Domino.

23. Et duo ostia erant in templo, et in sanctuario.

24. Et in duobus ostiis ez utraque parte bina erant ostiola, quss in se invicem plicabantur: bina enim ostia erant ez utraque parte ostiorum.

25. Et caslata erant in ipsis ostiis templi cherubim, et sculpturae palmarum, sicut in parietibus quoque expressae erant: quam ob rem et grossiora erant ligna in vestibuli fronte forinsecüs.

26. Super quae fenestras obliquae, et similitudo palmarum hinc atqne inde in humerulis vestibuli: secundum latera domus, latitudinemque parietum.

22. Van het houten altaar was de hoogte drie el, en zijne lengte twee el21); en zijne hoeken en zijne lengte en zijne wanden waren van hout. En hij sprak tot mij: Dit is de tafel voor het aangezicht des Heeren.

23. En er waren twee deuren aan den tempel en aan het heiligdom.

24. En in de twee deuren waren er van weerszijden twee kleinere deuren, die men in elkander kon slaan; dubbele deuren toch waren er aan weerszijden der deuren21),

25. En op de deuren zelve des tempels waren cherubijnen gesneden en snijwerk van palmen, gelijk zij ook op de muren waren afgebeeld; daarom waren de delen ook zwaarder aan de voorzijde van het portaal buitenwaarts23).

26. Bovendien waren er schuins toeloopende vensters2*) en eene afbeelding van palmen aan deze en aan gene zijde op de zijmuren des portaals, langs de zijkamers des buizes en de breedte der muren.

Heilige en van het Heilige der heiligen, «vierkant waren»; zie III Reg. VI 33. De Septuag. en de Syr. vertaling voegen het tweede halfvers bij v. 22 en vertalen : »en vóór het heiligdom (d. i. vóór het Heilige der heiligen) was er eene gedaante als de gedaante van een houten altaar», te weten het reukaltaar; zie fig. 3 q.

™) De Septuag. voegt er bij: «en zijne breedte twee el». Verder heeft zij voor anguli, hoeken, «hoornen» (zie Exod. XXVII 2) en voor longitudo, lengte, «voetstuk» of «onderstel». Het reukaltaar heet de tafel, omdat de offers

den Heer als eene spijs waren (zie Lev. III 16); voor het •aangezicht des Heeren, gelijk Lev. IV 18.

**) De deuren aan het Heilige en aan het Heilige der heiligen waren dubbele deuren, en elk dezer bestond uit eene in tweeën openslaande deur. Vgl. III Reg. VI 31 volg.

") Zie v. 18. Daarom, d. i. om dit halfverheven beeldwerk, dat aan de voorzijde der deuren, naar den kant van het portaal, was aangebracht, waren de delen of paneelen der deuren zwaarder.

M) Zie XL 16.

Sluiten