Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

latitudo eorum: et omnis introïtus eorum, similitudines, et ostia eorum.

12. Secundum ostia gazophylaciorum, quae erant in via respiciente ad Notum: ostium in capite viae: quae via erat ante vestibulum separatum per viam orientalem ingredientibus.

13. Et dixit ad me: Gazophylacia aquilonis, et gazophylacia austri, quae sunt ante aedificium separatum: haec sunt gazophylacia sancta: in quibus vescuntur sacerdotes, qui appropinquant ad Dominum in sancta sanctorum: ibi ponent sancta sanctorum, et oblationem pro peccato, et pro delicto: locus enim sanctus est.

14. Cum autem ingressi fuerint sacerdotes, non egredientur desanctis in atrium exterius: et ibi reponent vestimenta sua, in quibus ministrant, quia sancta sunt: vestienturque vestimentis aliis, et sic proeedent ad populum.

15. Cumque complesset mensuras domus interioris, eduxit me per viam portae, quae respiciebat ad viam orientalem: et mensus est eam undique per circuitum.

16. Mensus est autem contra ven-

ook de breedte van deze en elke ingang van deze en de verhoudingen en de deuren van deze15).

12. Gelijk de deuren der cellen, die aan den zuidkant waren; een deur aan het hoofd des wegs14); en deze weg was vóór het afgescheiden portaal, oostwaarts als men daarheen kwam.

13. En bij zeide tot mij: De cellen van het noorden en de cellen van het zuiden, die vóór het afgescheiden gebouw liggen17), dit zijn de heilige cellen, waarin de priesters eten, die tot den Heer naderen tot het allerheiligste18); aldaar zullen zij het allerheiligste en19) het spijsoffer, het zondofier en het schuldoffer neerleggen; want de plaats is heilig.

14. Als nu de priesters zijn ingegaan20), zullen zij uit de heilige plaats niet uitgaan naar het buitenste voorhof*1); en aldaar zullen zij hunne kleederen, waarin zij den dienst verrichten, nederleggen, omdat deze heilig zijn; en zij zullen zich kleeden in andere kleederen en alzoo uitgaan tot het volk.

15. En toen hij het meten van het binnenste huis voleindigd had**), bracht hij mij naar buiten, naar den weg der poort, die oostwaarts zag28); en hij mat het naar alle zijden in het rond.

ÏS7 Én hij mat aan den kant van

u) Zie over de bedoelde gang en i de deuren v. 4. Het zuidelijke cellengebouw had dezelfde lengte en breedte, dezelfde ingangen en verhoudingen, Hebr.: «inrichtingen», als het noordelijke cellengebouw. De laatste woorden verbindt men beter met v. 12: En gelijk hare deuren, zoo waren de deuren enz.

") Dit beteekent waarschijnlijk den hoofdingang; zie v. 9. Wat hier nog volgt, is onverstaanbaar, ook m den grondtekst; doch vermoedelijk is hetzelfde bedoeld als in v. 9.

") Zie v. 16 en 10.

-•) Hebr.: «waarin de priesters, die tot den Heer naderen, het allerheiligste (bet uitsluitend voor de priesters be- I

stemde deel der offers) eten». Zie Lev. II 3. _ .

1*) En beteekent hier: te weten. Vgl. XLVI 19 volfe, | , . u .

-*) Om het heilig dienstwerk in het binnenste voorhof te verrichten.

") Alvorens zij gedaan hebben wat hier volgt. Zij moeten namelijk aldaar. d. i. in het cellengebouw, eerst hunne heilige dienstkleederen afleggen.

**) Het binnenste huis beteekent het binnenste voorhof met het tempelhuis en al de overige gebouwen, die zien daarbinnen bevonden.

**) Naar het uitgangspunt van XL o, om het huis in geheel zijnen omvang te meten.

ï

Sluiten