Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Cum autem fecerit princeps

spontaneum holocaustum, aut pacifica voluntaria Domino: aperietur

ei porta, qua) respicit ad orientem, et faciet holocaustum suum, et pacifica sua, sicut fieri solet in die sabbati: et egredietur, claudeturque porta postquam exierit.

13. Kt affnum eiusdem anni imma¬

culatum faciet holocaustum quotidie

Domino: semper mane faciet illud.

14. Et faciet sacrificium super eo

cata mane mane sextam partem ephi,

et de oleo tertiam partem nm, ui misceatur si mi la): sacrificium Domino legitimum, juge atque perpetuum.

15. Faciet asrnum, et sacrificium,

et oleum cata mane mane: holo¬

caustum sempiternum.

16. Haec dicit Dominus Jjeus: öi dederit princeps donum alicui de filiis suis: hereditas ejus, filiorum suorum erit, possidebunt eam hereditarie.

17. Si autem dederit legatum de hereditate sua uni servorum suorum, erit illius usque ad annum remissionis, etrevertetur ad principem: hereditas autem ejus, filiis ejus erit.

") Zie hieromtrent Lev. III 1 volg. en VII 11 volg.

") Dit is het verschd met v. 1 en 2, dat buiten den sabbat en den nieuwemaan-dag de buitenste Oostpoort aanstonds na het offer gesloten werd.

") Men zal, niet de vorst; naar XLV 17 moest hij alleen de kosten der /eestoffers dragen. In den grondtekst is het woord gericht tot den profeet: -gij zult»; zie XLIII 19. Een lam van hetzelfde jaar is een «eenjarig» lam, gelijk dezelfde uitdrukking van het Hebr. Lev. XII 6 vertaald is. Vgl. voor de dagelijksche offers Exod. XXIX 38—42 en Num. XXVIII 3 volg.

"1 Vel. Lev. VI 18.

12. Wanneer echter de vorst een vrijwillig brandoffer of vrijwillige vredeoffers11) opdraagt aan den Heer, zal voor hem de poort, die oostwaarts ziet, geopend worden; en hij zal zijn brandoffer en zijne vredeoffers opdragen, gelijk op den sabbatdag pleegt te geschieden; en hij zal uitgaan, en de poort zal gesloten worden, nadat hij is uitgegaan12).

13. En een lam van hetzelfde jaar, zonder smet, zal men ten brandoffer dagelijks opdragen aan den Heer; eiken morgen zal men dit doen18).

14. En als spijsoffer zal men daarbij opdragen, eiken morgen, een zesde deel van een ephi, en aan olie een derde deel van eene hin, om daarmede de tarwebloem te beslaan, ten spijsoffer voor den Heer; eene wet van bestendigen en eeuwigen duur").

15. Men zal het lam en het spqsoffer en de olie eiken morgen opdragen, ten altijddurend brandoffer15).

16. Dit zegt de Heere God: Als de vorst aan een zijner kinderen een geschenk geeft, zal het diens or.foT.Arl ■-iinisV aan ziine kinderen

zal het toebehooren, zij zullen het erfelijk bezitten.

17. Als hij echter van zijn erfgoed eene erfmaking17) geeft aan een zijner dienaren, zal het aan dezen blijven tot aan het jaar der vrijlating18), dan zal het wederkeeren tot den vorst; zqn erfgoed toch is het, aan zijne kinderen zal het toebehooren19).

") Men zal... de Septuag. en de H. Hiëronymus vertalen: «gijlieden zult»; Hebr.: «zij zullen», te weten de priesters en het volk. Dit bestendig en eeuwigdurend dagelijksch brand- en spijsoffer is een zinnebeeld van het onbloedige Offer des Nieuwen Verbonds, dat later door Mal. 111 voorspeld werd.

'•) Septuag.: «Als de vorst aan een zijner kinderen een geschenk geeft mt zijn erfgoed», te weten uit het hem XLV 7, 8 toegekende land.

") Hebr. en Septuag.: «een geschenk».

") Het jubeljaar van Lev. XXV 10.

") De vorst kan derhalve zijn erfgoed niet voor altijd buiten zijne familie vervreemden.

Sluiten