Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

que millium, per viginti quinque millia in quadrum, separabuntur in primitias sanctuarii, et in possessionem civitatis.

21. Quod autem reliquum fuerit, principis erit ex omni parte primitiarum sanctuarii, et possessionis civitatis e regione viginti quinque millium primitiarum usque ad terminum orientalem: sed et ad Mare e regione viginti quinque millium usque ad terminum maris, similiter in partibus principis erit: et erunt primitiae sanctuarii, et sanctuarium templi in medio ejus.

22. De possessione autem Levitarum, et de possessione civitatis in medio partium principis: erit inter terminum Juda, et inter terminum Benjamin, et ad principem pertinebit.

23. Et reliquis tribubus: A plaga orientali usque ad plagam occidentalem, Benjamin una.

24. Et contra terminum Benjamin, a plaga orientali usque ad plagam occidentalem, Simeon una.

25. Et super terminum Simeonis, a plaga orientali usque ad plagam occidentalem, Issachar una.

26. Et super terminum Issachar, a plaga orientali usque ad plagam occidentalem, Zabulon una.

27. Et super terminum Zabulon, a plaga orientali usque ad plagam Maris, Gad una.

28. Et super terminum Gad, ad plagam austri in meridie: et erit finis de Thamar usque ad aquas contradictionis Cades, hereditas contra mare magnum.

onder welke benaming hier het aandeel der levieten en dat der priesters (de heilige eerstelingen genoemd), alsook de stad met het stadsgebied gerekend wordt.

") Ten westen en ten oosten van het vierkant van v. 20 liggen de aan-

VI

twintig duizend op vijf en twintig duizend in het vierkant, zullen afgezonderd worden voor de heilige eerstelingen en voor de bezitting der stad.

21. Wat er echter overblijft, behoort aan den vorst: aan elke zijde van de heilige eerstelingen en van de bezitting der stad, tegenover de vijf en twintig duizend der eerstelingen tot aan de oostergrens, maar ook zeewaarts tegenover de vijf en twintig duizend tot aan de zeegrens — het zal eveneens tot de aandeelen van den vorst behooren; en de heilige eerstelingen en het heiligdom des tempels zullen in het midden daarvan liggen.

22. Uitgenomen de bezitting nu der levieten en uitgenomen de bezitting der stad, in het midden der aandeelen van den vorst, zal hetgeen tusschen de grens van Juda en tusschen de grens van Benjamin ligt, ook den vorst toebehooren15).

23. En ten aanzien der overige stammen16): van den oostkant tot aan den westkant, Benjamin één.

24. En aan de grens van Benjamin, van den oostkant tot aan den westkant, Simeon één.

25. En aan de grens van Simeon, van den oostkant tot aan den westkant, Issachar één.

26. En aan de grens van Issachar, van den oostkant tot aan den westkant, Zabulon één.

27. En aan de grens van Zabulon, van den oostkant tot aan den westkant, Gad één.

28. En aan de grens van Gad aan den zuidkant zuidwaarts, daar zal de grensscheiding zijn, van Thamar tot aan het Water der tegenspraak te Cades, het erfgoed tot aan de Groote Zee17).

deelen van den vorst V—V tusschen het aandeel van Juda ten noorden en het aandeel van Benjamin ten zuiden.

M) De profeet gaat voort de aandeelen der vijf nog overige stammen ten zuiden van het hefoffer aan te wijzen.

") Zie XLVII 19, waar voor het

50

Sluiten