Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Profetie van Daniël.

INLEIDING.

Daniël, wiens naam waarschijnlijk beteekent: mijn rechter is God, was volgens sommigen uit het koninklijk geslacht van David, zeker echter (zie I 3, 4, 6) uit eene aanzienlijke familie van den stam Juda. Na de eerste inneming van. Jerusalem door Nabuchodonosor, in 605, was hij op nog jeugdigen leeftijd met andere aanzienlijke jongelingen uit het rijk Juda heengevoerd naar Babyion. Eenigen van dezen, onder wie Daniël, werden uitgekozen voor den dienst des konings en tot dit einde aan het hof in alle wetenschappen onderwezen. Van het begin af toonden hij en nog drie andere jongelingen van Juda, aan wier hoofd Daniël steeds genoemd wordt, hunne getrouwheid aan God, daar zij volstandig weigerden, tegen het verbod der Mosaïsche wet, de spijzen van 's konings tafel te eten. God beloonde hen rijkelijk. Hij schonk hun eene bloeiende gezondheid, verstand en wijsheid en kennis, zoodat de koning, na afloop hunner voorbereiding, hen wijzer en verstandiger bevond dan al de wijzen van zijn rijk (I 20). Daniël ontving buitendien bovennatuurlijke kennis tot het verstaan en uitleggen van geheimvolle droomen en gezichten.

Van zijne wijsheid gaf de profeet, waarschijnlijk reeds in zijne jeugd, een overtuigend bewijs, toen hij de kuische Susanna op hare snoode

Sluiten