Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tui: et superlaudabilis, et super- van uw rijk; en hooglofwaardig en

exaltatus in saecula. hoogverheven in eeuwigheid.

55. Benedictus es, qui intueris a- 55. Gezegend zijt Gij, die de afbyssos, et sedes super cherubim,: gronden doorziet41) en gezeten zijt et laudabilis, et superexaltatus in op de cherubijnen43); en lofwaardig saecula. en hoogverheven in eeuwigheid.

56. Benedictus es in firmamento cceli: 56. Gezegend zijt Gij in het uitet laudabilis et gloriosus in saecula. spansel des hemels43); en lofwaardig

en heerlijk in eeuwigheid.

57. Benedicite omnia opera Domini 57. Zegent, alle werken des HeeDomino: laudate et superexaltate ren, den Heer; looft en verheft eum in saecula. Hem hoog in eeuwigheid44).

58. Benedicite Angeli Domini Do- 58. Zegent, engelen des Heeren, mino: laudate et superexaltate eum den Heer; looft en verheft Hem in sajcula. koog in eeuwigheid.

59. Benedicite cceli Domino: lau- 59. Zegent, hemelen45), den Heer; date et superexaltate eum in saecula. looft en verheft Hem hoog in eeuPs. CXLVIII 4. wigheid.

60. Benedicite aquae omnes, quae 60. Zegent, alle wateren die boven super coelos sunt, Domino: laudate de hemelen zijn, den Heer46); looft et superexaltate eum in sascula. en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

61. Benedicite omnes virtutes Do- 61. Zegent, alle heerkrachten des mini Domino: laudate etsuperexal- Heeren, den Heer47); looft en vertate eum in saecula. beft Hem hoog in eeuwigheid.

<u) Als de alziende en alwetende God. dien zin, dat hunne schoonheid en doel-

) Die geacht worden Gods troon matigheid de wijsheid en de goedheid

in den hemel te dragen; zie Ps. van den Schepper prediken en den

XVII 11; LXXIX 2; Ez. I 5. Zoo mensch opwekken om God te loven,

waren zij ook' voorgesteld op de ark Gelijk in Ps. CXXXV wordt het tweede

des verbonds, waar Jehova boven de halfvers looft en verheft enz. telkens

cherubijnen zetelde; zie Exod. XXV 22. als refrein (gelijk in onze litanieën)

48) Waar Gods heerlijkheid schittert herhaald,

in den glans der sterren en zijne onein- ") De hemelen, in den uitgebreid-

digheid in de onmeetbare ruimte, sten zin, de woonplaats der engelen en

") Alle werken, d. i. alle schep- zaligen, de sterren- en wolkenhemel; selen des Heeren, welke hier verder in den Griekschen tekst van Theodotion (v. 57—87) worden genoemd en uit- gaat v. 59 aan v. 58 vooraf, genoodigd om God te zegenen, d. i. 4S) Naar de opvatting der Ouden te loven en te danken. Gelijk in waren er wateren boven den sterrenPs. CXXXV en CXLVIII—CL en in hemel. Volgens de nieuwer en zijn de Eccli. XLIII daalt de zanger van de wateren in den luchthemel (de wolken) schepselen in den hooge (engelen, he- bedoeld, in tegenstelling met die der meiwater, zon, maan en sterren, v. aarde (zeeën en rivieren). Vgl. Gen. I 58—63) af tot de natuurverschijnse- 6, 7; Ps. CXLVIII 4. len in den luchthemel (regen, dauw, 4') De heerkrachten des Heeren kunwinden enz., v. 64—73) en lager tot nen de heerscharen der engelen beteede aarde en hetgeen op de aarde kenen, die Gods troon omgeven (III is, de leven- en redelooze schepselen Reg. XXII 19), doch ook (en dit past (v. 74—81), om te eindigen met den beter in de volgorde, zie 58 «engelen») mensch en inzonderheid met het uit- het heer der gesternten, d. i. al wat verkoren Israël, met de priesters en de aan het uitspansel schittert en aan God dienaren des Heeren, de gerechtigen gehoorzaamt (vgl. Is. XL 26; Bar. III en de verdrukten (v. 82—87). De leven- 34, 35), zooals in v. 62 en 63 veren redelooze schepselen zegenen God in klaard wordt.

Sluiten