Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62. Benedicite sol, et luna Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

63. Benedicite steils) cceli Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

64. Benedicite omnis imber, et ros Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

65. Benedicite omnes spiritus Dei Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

66. Benedicite ignis, et aestus Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

67. Benedicite frigus, et aestus Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

68. Benedicite rores, et pruina Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

69. Benedicite gein, et frigus Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

70. Benedicite glacies, et nives Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

71. Benedicite noctes, et dies Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

72. Benedicite lux, et tenebrae Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

73. Benedicite fulgura, et nubes Domino: laudate et superexaltate eum in saecula.

74. Benedicat terra Dominum: laudet, et superexaltet eum in saecula.

75. Benedicite montes, et collesDomino: laudate et superexaltate eum in saecula.

76. Benedicite universa germinan-

**) d. i. Winter en zomer. De Septuag. leest beter «vorst en koude»; dit laatste heeft de Vulgaat in v. 69, waar echter Theodotion «koude en warmte» heeft. In de vertaling" van Theodotion (Cod. Vat.), in de Syrische vertaling en

62. Zegent, zon en maan, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

63. Zegent, sterren des hemels, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

64. Zegent, alle regen en dauw, den Heer; loeft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

65. Zegent, al de winden Gods, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

66. Zegent, vuur en warmte, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

67. Zegent, koude en warmte48), den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

68. Zegent, dauw en rijm, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

69. Zegent, vorst en koude, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

70. Zegent, ijs en sneeuw, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

71. Zegent, nachten en dagen, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

72. Zegent, licht en duisternis, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

73. Zegent, bliksems en wolken, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

74. Zegene de aarde den Heer; love en verheffe zij Hem hoog in eeuwigheid.

75. Zegent, bergen en heuvelen, den Heer; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

76. Zegent, alle gewassen op aarde,

I in de Itala ontbreken v. 67 en v. 68, en volgen de verzen der Vulgaat in deze orde 66, 71, 72, 69, 70, 73, en wordt alzoo eene herhaling van dezelfde schepselen vermeden.

Sluiten