Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regno hominum: et quemcumque voluerit, suscitabit super illud.

22. Tu quoque filius ejus Baltassar, non humiliasti cor tuum, cum scires haec omnia:

23. Sed adversum Dominatorem cceli elevatus es: et vasa domus ejus allata sunt coram te: et tu, et optimates tui, et uxores tuas, et concubines tuae vinum bibistis in eis: deos quoque argenteos, et aureos, et aereos, ferreos, ligneosque et lapideos, qui non vident, neque audiunt, neque sentiunt, laudasti: porro Deum, qui habet flatum tuum in manu sua, et omnes vias tuas, non glorificastL

24. Idcirco ab eo missus est articulus manus, quae scripsit hoe, quod exaratum est.

25. Haec est autem scriptura, quae digesta est: MANE, THECEL, PHARES.

26. Et haec est interpretatio sermonis. MANE: numeravit Deus regnum tuum, et complevit illud.

27. THECEL: appensus es in statera, et inventus es minus habens.

28. PHARES: divisum est regnum tuum, et datum est Medis, et Persis.

29. Tune jubente rege indutus est Daniël purpura, et circumdata est torques aurea collo ejus: et prae-

ste macht heeft over het koninkrijk der menschen en Hij daarover kan aanstellen wien Hij wil.

22. Ook gij, "zijn zoon Baltassar, gij hebt uwhart niet verootmoedigd, ofschoon gij dit alles wist;

23. maar tegen den Opperheer des hemels hebt gij u verheven; en de vaten van zijn huis heeft men voor u gebracht; en gij en uwe rijksgrooten en uwe gemalinnen en uwe bijvrouwen hebt daaruit wijn gedronken ; ook uwe zilveren en gouden en koperen, ijzeren en houten en steenen goden, die niet zien noch hooren noch voelen, hebt gij geprezen; maar den God, die uwen adem en al uwe wegen in zijne hand heeft, hebt gij niet verheerlijkt.

24. Daarom is van Hem de geleding eener hand gezonden, die geschreven heeft wat daar is opgeteekend.

25. Dit nu is het schrift, dat geschreven is: Mane, Thecel, Phares.

26. En dit is de uitlegging der spreuk. Mane: geteld heeft God uw rijk, en Hij heeft er een einde aan gemaakt.

27. Thecel: gewogen zijt gq in de schaal, en gij zijt te licht bevonden.

28. Phares: verdeeld is uw rijk, en het is gegeven aan de Meden en Perzen18).

29. Daarop werd Daniël, op bevel des konings, in purper gekleed, en een gouden keten werd om zij-

") De zin is: God heeft de dagen van uw rijk, welker getal vol is, geteld en aan uw rijk, het rijk der Chaldeën, een einde gemaakt. Gij zijt gewogen met uwe werken in de schaal van Gods rechtvaardig oordeel (vgl. Job. XXXI6), en te licht bevonden. Verdeeld is uw rijk, d. i. van u afgenomen en aan een ander volk toegedeeld. Dit verdeelen van het Babylonische rijk is met in dien zin te verstaan, dat de twee hierna genoemde volken, de Meden en de Perten, elk een deel van dit rijk zouden bekomen. Dit toch is in strijd met IX 1, alwaar na de vervulling der profetie het vroegere Babylonische rijk als een

en onverdeeld wordt voorgesteld. Evenwel wijst het verdeelen op de twee genoemde volken, waaruit het ééne MedoPerzische rijk bestond. Wellicht is het woord phares (Aram.: «perees») met opzet gekozen, als eene woordspeling bevattende met den naam der Perzen (*paras*). De volgende woorden en het is gegeven aan de Meden en Perzen bepalen nauwkeurig den zin van het voorafgaande verdeeld en leeren tevens, dat in de Profetie van Daniël het Medo-Perzische rijk, en geenszins het Medische en daarna het Perzische, op het Babylonische wereldrijk volgt.

Sluiten