Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dicatuin est de eo quod baberet potestatem tertius in regno suo.

30. Eadera nocte interfectus est Baltassar rex Chaldaeus.

31. Et Darius Medus successit in regnum annos natus sexaginta duos.

19) In de feestzaal. — Daniël nam die eerbewijzen aan als eene hulde aan God, die door zijnen mond had gesproken.

!") In dezen laatsten nacht werd het versterkte gedeelte der stad, waarin Baltassar zich verschanst had, bij verrassing ingenomen door de krijgslist, waarvan Herodotus gewaagt, te weten door het afleiden van het water, waardoor de stad werd beschut. Zoo drong het leger van Gubaru in den slecht bewaakten stadsburg binnen. Dit geschiedde waarschijnlijk tusschen Juli en October 539. Ygl. noot laan het einde en noot 21.

In het Aram. staat aan het begin van het volgende hoofdstuk: «En Darius de Meder ontving het koninkrijk» enz. Van Darius den Meder als opvolger van den laatsten Chaldeeuwschen koning kan geen sprake zijn. Want de annalen van Nabonidus, de Cyrus-cylinder en de contracttafeltjes van dien tijd laten volstrekt geene ruimte voor eene tusschenregeering tusschen NabonidusBaltassar en Cyrus. In de contracten van dien tijd wordt naar Nabonidus gedateerd tot den 10deu der achtste maand van 539, hoewel Babylon toen omstreeks vier maanden in het bezit van het leger van Cyrus was. Op den 24sten derzelfde maand, dus veertien dagen later, dateerde men te Babylon naar Cyrus «den koning der landen», en Cyrus blijft dit in de contracten tot zijn laatste jaar, in 530. Tusschen Nabonidus en Cyrus is derhalve geen zelfstandig koning van Babylon denkbaar. Doch ook een «Darius de Meder» als onderkoning van Cyrus te Babylon schijnt door de opschriften uitgesloten. Want volgens «de annalen van Nabonidus en Cyrus» nam «Gubaru, stadhouder van het land Gutium, met het leger van Cyrus» Babylon in op den Igdon Tammuz (half Juli) van het 17° jaar van Nabonidus (in 539). Den 3d"n der achtste maand (einde October) van

nen hals gehangen; en van hem werd afgekondigd19), dat hij macht zou hebben als derde in zijn rijk.

30. In denzelfden nacht werd Baltassar, de Chaldeeuwsche koning, gedood20).

31. En Darius de Meder volgde op in het koninkrijk, twee en zestig jaren oud21).

hetzelfde jaar kwam Cyrus zelf te Babylon en stelde «Gubaru, zijnen stadhouder, aan als stadhouder in Babylon». In het volgende jaar vindt men op de contracttafeltjes van Nisan (April) af «Cambyses, den zoon van Cyrus, koning van Babylon», terwijl terzelfder tijd Cyrus «koning der landen» blijft heeteU. Cambyses voert er den titel «koning van Babylon» minstens tot het einde van Tammuz van 538. Doch reeds van de volgende maand Ab vindt men geregeld dateeringen naar Cyrus, «koning van Babylon», soms met, soms zonder den titel «koning der landen», terwijl Cambyses niet meer genoemd wordt vóór den dood van Cyrus. Er kan dus in 539 en 538 van geen onderkoning te Babylon sprake zijn, tenzij van Gubaru of van Cambyses. Doch Gubaru was alleen stadhouder en bleef dit slechts eenige maanden. Cambyses kon toen den leeftijd van twee en zestig jaren niet bereikt hebben, want zijn vader Cyrus was toen ongeveer tot dien leeftijd gekomen; hij droeg slechts enkele maanden den titel «koning van Babylon», waarschijnlijk omdat inmiddels Cyrus op nieuwe veroveringstochten uit was. En daarna zwijgen de opschriften volstrekt van een anderen koning van Babylon. — Wien men onder «Darius den Meder» moet verstaan, blijft tot nu toe een onopgelost vraagstuk. Volgens sommigen is hij een koning van Medië, dien Cyrus na de overwinning en gevangenneming van Astyages (in 550) op den troon van Medië geplaatst heeft, misschien Astyages zelf (zie op XIII 65). Het is opmerkelijk, dat Cyrus zich op zijnen «cylinder» wel «koning van Babylon, koning van Sumer en Accad, koning der vier landstreken, koning van Elam» noemt, maar niet «koning van Medië». Hoewel Medië door hem was veroverd, bestaat er voor de werkelijke regeering van Cyrus over Medië geen enkel bewijs. Doch tegen het vermoe-

Sluiten