Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veniet ad austrum: et non erit priori simile novissimum.

30. Et venient super eum Trieres, et Romani: et percutietur, et revertetur, et indignabitur contra testamentum sanctuarii, et faciet: reverteturque et cogitabit adversum eos, qui dereliquerunt testamentum sanctuarii. Num. XXIV 24.

31. Et brachia ex eo stabunt, et polluent sanctuarium f ortitudinis, et auferent juge sacrificium: et dabunt abominationem in desolationem.

32. Et impii in testamentum simulabunt fraudulenter: populus autem sciens Deum suum, obtinebit, et faciet.

33. Et docti in populo docebunt plurimos: et ruent in gladio, et in flamma, et in captivitate, et inrapina dierum.

34. Cumque corruerint, subleva-

terugkeeren en. komen naar het zuiden; en het uiteinde zal niet op den aanvang gelijken*6).

30. En er zullen tegen hem galeien komen en de Romeinen; en hij zal geslagen worden en terugkeeren*7); en hij zal zich vertoornen tegen het heilig verbond en het doen*8); en hij zal terugkeeren en zijne aandacht vestigen op hen, die het heilig verbond verlaten hebben*9).

31. En armen zullen er vanwege hem staan60), en zij zullen het heiligdom der sterkte61) ontwijden en het altoosdurende offer opheffen; en zij zullen den gruwel ter verwoesting brengen.

32. En de trouweloozen aan het verbond zullen arglistig huichelen52); maar het volk, dat zijnen God kent, zal volharden en doen68).

33. En de verstandigen onder het volk zullen er zeer velen onderrichten; en zij zullen vallen door het zwaard en door de vlam en door gevangenschap en door plundering, dagen lang6*).

34. En als zij gevallen zijn, zullen

*•) Op den door God bepaalden tijd, \ omstreeks twee jaren later (in 168), trok Antiochus voor de derde maal ten strijde tegen Egypte (zie I Mach. 130); hij kwam zegevierend tot nabij Alexandrië. _ Hier echter keerde het krijgsgeluk zich tegen hem, zoodat het uiteinde van dezen krijgstocht niet gelijk was aan den aanvang. De reden hiervan was de komst der Romeinen (v. 30).

") Hebr.: «En er zullen tegen hem schepen van Eitthim komen-, d. i. van het westen; zie Num. XXIVnoot 19. De Romeinen zijn werkelijk bedoeld. Door de twee broeders Ptolomaeus Philometor en Physcon te hulp geroepen, kwamen zij met eene vloot voor Alexandrië en sloegen Antiochus met schrik, zoo- I dat hij vandaar terugkeerde om zijne woede te gaan koelen aan Israël.

") Op wat gruwelijke wijze hij het deed, verhaalt I Mach. I 30—42. Val. II Mach. V ,24 volg.

") Hij zal terugkeeren naar Syrië en zijne aandacht vestigen op hen, niet «tegen hen», want de bedoelde afvalligen waren zijne helpers tegen de aan

| God getrouwen; zie I Mach. I 12, 45, 55; II Mach. IV 10 volg., 15 enz.

60) Armen zijn legerbenden (zie v. 15 en 22); m. a. w. er zal eene bezetting van Syrische soldaten in Jerusalem gelegd worden.

51) De tempel was Jerusalem's sterkte, omdat God, de rots van Israël (vgl. Deut. XXXII 15 en II Reg. XXIII 3), daar woonde te midden van zijn volk. Zie verder Vin noot 11 en 14. Vgl. voor de vervulling I Mach. I 49—64; II Mach. VI 2—9.

") Zij zullen ijver voor de Wet huichelen en hun volk en vaderland verraden. Naar het Hebr. zal Antiochus de afvalligen door vleierijen tot onheiligen of heidenen maken; vgl. I Mach. II 17, 18.

**) Het volk, dat door daden toont Ood te kennen en lief te hebben (vgl. I Mach. 165,66; II1 volg.), zal (Hebr.) «sterk zijn» tegen bedreigingen en beloften en Gods wil doen. Dezulken heeten in v. 38 «de verstandigen».

") Zie I Mach. I 60; II 38; II Mach. VI 10, 11.

Sluiten