Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Et constituti sunt de populo duo senes judices in illo anno: de quibus locutus est Dominus: Quia egressa est iniquitas de Babylone a senioribus jucficibus, qui videbautur regere populum.

6. Isti frequentabant domum Joakim, et veniebant ad eos omnes, qui habebant judicia.

7. Cum autem populus revertisset per meridiem, ingrediebatur Susanna, et deambulabat in pomario viri sui.

8. Et videbant eam senes quotidie ingredientem, et deambulantem: et exarserunt in concupiscentdam ejus:

9. Et everterunt sensum suum, et declinaverunt oculos suos ut non viderent ccelum, neque recordarentur judiciorum justorum.

10. Erant ergo ambo vulnerati amore ejus, nee indicaverunt sibi vicissim dolorem suum:

11. Erubescebant enim indicare sibi concupiscentiam suam, volentes concumbere cum ea:

12. Et observabant quotidie sollicitius videre eam. Dixitque alter ad alterum:

13. Eamus domum, quia bora prandii est. Et egressi recesserunt a se.

14. Cumque revertissent, venerunt in unum: et sciscitantes ab invicem causam, confessi sunt concupiscentiam suam: et tune in communista-

5. En er werden uit bet volk twee oudsten tot rechters aangesteld in dat jaar, zoodanigen, van wie de Heer gezegd heeft: De ongerechtigheid is uitgegaan van Babylon uit de oudsten, de rechters, die geacht werden het volk te besturen4).

6. Dezen bezochten dikwerf het huis van Joakim; en tot hen kwamen allen, die rechtzaken hadden.

7. Wanneer dan het volk op den middag vertrokken was, ging Susanna in den boomgaard van haren man en wandelde daarin.

8. En de oudsten zagen haar dagelijks daarheen gaan en wandelen; en zij ontbrandden in begeerte naar haar.

9. En zij verdierven hun verstand6) en wendden hunne oogen af om niet naar den hemel te zien en niet te denken aan de rechtvaardige strafgerichten.

10. Zij waren dan beiden gewond door liefde tot haar, en zij openbaarden elkander hunne pijn niet.

11. Want zij schaamden zich om aan elkander hunne begeerte te openbaren, daar zij verlangden bij baar te liggen.

12. En zq zochten dagelijks met meer drift baar te zien. En de eene zeide tot den anderen:

13. Laat ons naar huis gaan, want het is etenstijd. En heengaande scheidden zij van elkander.

14. En daar zij terugkeerden, kwamen zij bij elkaar; en wederzijds de reden vragende, bekenden zij hunne begeerte; en toen bepaal-

dit blijkt uit de geschiedenis van Tobias; vgl. Jer. XXIX 5. Voor hunne burgerlijke en godsdienstige rechtzaken hadden zij eigen rechters, die wellicht door de Chaldeeuwsche overheid werden aangewezen. .

4) Dit woord des Heeren staat niet in de H. Schrift. De plaatsen, door sommigen aangehaald (Jer. XXIII 14 en XXIX 22), komen weinig of niet

I overeen. Naar eene Hebreeuwsche overlevering, waarvan Origines en de H. Hiëronymus gewagen, waren deze twee

! oudsten de in Jer. XXIX 22 genoemde booswichten Sedecias en Achab; doch hunne zonde en hunne straf waren beide verschillend van hetgeen hier van de «twee oudsten» verhaald wordt. 6) Door hunne driften medegesleept,

' onderdrukten zij de stem der rede.

I

Sluiten