Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

suscitavit Dominus spiritum sanctum pueri junioris, cujus nomen Daniël:

46. Et exclamavit voce magna: Mundus ego sum a sanguine hujus.

47. Et conversus omnis populus ad eum, dixit: Quis est iste sermo, quem tu locutus es?

48. Qui cum staret in medio eorum, ait: Sic fatui filii Israël, non judicantes, neque quod verum_ est cognoscentes, condemnastis filiam Israël?

49. Revertimini ad judicium, quia falsum testimonium locuti sunt adversus eam.

50. Reversus est ergo populus cum festinatione, et dixerunt ei senes: Veni, et sede in medio nostrum, et indica nobis: quia tibi Deus dedit honorem senectntis.

51. Et dixit ad eos Daniël: Separate illos ab invicem procul, et dijudicabo eos.

52. Cum ergo divisi essent alter ab altero, vocavit unum de eis, et dixit ad eum: Lnveterate dierum malorum, nunc venerunt peccata tua, quas operabaris prins:

53. Judicans judicia injusta, innooentes opprimens, et dimittens noxios, dicente Domino: Lnnocentem et justum non interficie-1. Exod. XXIII 7.

54. Nunc ergo si vidisti eam, die sub qua arbore videris eos colloquentes sibi. Qui ait: Sub schino.

leid, wekte de Heer den heiligen geest van een jeugdigen knaap, wiens naam was Daniël17).

46. En hij riep met-luider stem: Ik ben onschuldig aan het bloed van haar!

47. En al het volk keerde zich tot hem en zeide: Wat is dat voor een woord, dat gij gesproken hebt?

48. En in hun midden staande sprak hij: Zijt gij zoo dwaas, kinderen van Israël, dat gij, zonder te oordeelen en zonder de waarheid te kennen, eene dochter van Israël veroordeeld hebt?

49. Keert terug naar de rechtbank, want eene valsche getuigenis heb¬

ben zq tegen naar aigeiega.

50. Het volk keerde dan haastig terug, en de oudsten zeiden tot hem: Kom en neem plaats in ons midden en licht ons in; want God heeft u de eerwaardigheid van den hoogen ouderdom geschonken18)!

51. En Daniël zeide tot hen: Scheidt hen verre van elkander, en ik zal hen oordeelen.

52. Toen zij dan van elkander waren gescheidenrriep hij den éénen van hen en zeide tot hem: Gij, vergrijsd in booze dagen, nu zijn uwe zonden gekomen1»), die gij voorheen bedreven hebt,

53. toen gij onrechtvaardige vonnissen veldet, onschuldigen verdruktet en schuldigen vrij spraakt, ofschoon de Heer zegt: Den onschuldige en gerechte zult gij niet dooden!

54. Nu dan, indien gij haar gezien hebt, zeg onder welken boom gij hen met elkander bebt zien spreken. En hij zeide: Onder eenen mastikboom20).

-*) Voor een jeugdigen knaap heeft j het Grieksch «paidarion neóteron»; hiermede wordt niet zelden het Hebr. «na ar» vertaald, dat knaap en jonge- j lin" kan beteekenen; zie Jer. I noot 5 _ Naar de Septuag. gaf een I engel aan Daniël den geest des ver- j stands om Susanna's onschuld te kennen en te openbaren.

IS) De oudsten, die hier spreken, zijn anderen dan de twee booswichten. Deeerwaardigheid van den hoogen ouderdom beteekent een bezadigd oordeel en rijpheid des verstands, gelijk tot het rechtspreken gevorderd wordt.

'») Gekomen tot de volheid der maat.

m) Eene boomsoort, waaruit de mastik, een welriekend hars, gewonnen

Sluiten